Google+ Followers

woensdag 31 oktober 2012

Pompoen-, broccoli- en zoete aardappelsoep

Er zijn experimenten die hopeloos mislukken en er zijn ook experimenten die een schot in de roos blijken te zijn. Laatst had ik zo’n geslaagd brouwsel. Sterker: dit soepje blijft op het repertoire staan!

In mijn koelkast lagen weg te kwijnen: een halve flespompoen (overblijfsel van de pompoenmuffins), 2 stronken broccoli (de stronken dus, de roosjes had ik al gebruikt) en de helft van een hele grote zoete aardappel. Veel mensen gooien de stronken van de broccoli weg, maar dat is doodzonde! De stronken zijn prima eetbaar en bovendien erg gezond. Je moet wel even het buitenste laagje eraf schillen en ze vrij klein snijden, want ze hebben anders een wat langere kooktijd.

Als je deze soep alleen met pompoen en zoete aardappel zou maken (kan prima!), levert dit een vrij zoet soepje op. Door de aanwezigheid van de broccoli wordt de soep meer hartig, met een superlekker zoet accent.

Voor 4 personen:
Voor de oplettende kijker: nee, de ui en de knoflook zijn
uiteindelijk niet gebruikt!
300 gr flespompoen, met schil, zonder zaadjes, in vrij kleine stukken
250 gr zoete aardappel, zonder schil, in vrij kleine stukken
350 gr broccolistronken, geschild, in kleine stukjes
1000 ml groentebouillon
1 theelepel gemberpoeder
1 theelepel kerriepoeder
½ theelepel kurkumapoeder (koenjit)
125 ml slagroom
(zee)zout en versgemalen zwarte peper

Doe de gesneden groenten in een grote pan en giet de groentebouillon erbij (zelf getrokken of van een blokje of kuipje – ik vind het allemaal prima). Doe de specerijen (gember, kerrie en kurkuma) erbij en breng de soep aan de kook. Laat op een matig vuurtje ongeveer 15 minuten zachtjes koken, tot alle groenten gaar zijn. Voeg dan de slagroom toe en zet de staafmixer in de pan (of pureer de soep in een keukenmachine) tot de soep helemaal glad is. Laat nog even 2 minuutjes doorkoken, breng eventueel op smaak met zout en peper en… klaar!

vrijdag 26 oktober 2012

Pompoenmuffins

Ik ben lichtelijk verslaafd aan kook-TV. Sommige afleveringen van Jamie Oliver en Nigella Lawson heb ik al tig-keer gezien, maar ik kijk toch altijd weer. Lang leve de BBC, RTL4 en 24Kitchen!
Op dit moment kijk ik dus (opnieuw) braaf naar “Jamie at home” – wat toch wel echt m’n favoriete Jamie-serie is. Een paar weken geleden zag ik hem deze pompoenmuffins maken. Ze zijn heerlijk en kinderlijk eenvoudig!



Volgens het recept (uit: “Thuis bij Jamie”, Kosmos Uitgevers) dien je een muskaatpompoen te gebruiken, maar ik zag toch echt met eigen ogen op TV dat Jamie zelf een flespompoen in de keukenmachine stopte – dus dat mag ook. De pompoen wordt – met schil, maar zonder pitten – fijngemalen in het beslag verwerkt.
Ik maakte deze muffins klaar zonder verdere poespas. Jamie maakte er nog een frosting bij, maar volgens mij is dat volstrekt onnodig en leidt al die zoetigheid alleen maar af van de geweldige smaak van de cakejes!

Voor 20-24 stuks:
400 gr flespompoen of muskaatpompoen, met schil, zonder zaadjes, in grove stukken
350 gr lichtbruine basterdsuiker
4 grote eieren
(zee)zout
300 gr bloem, ongezeefd
2 volle theelepels bakpoeder
een handvol walnoten
1 theelepel kaneelpoeder
150 ml olijfolie

Verwarm de oven voor op 175 graden Celsius. Zet papieren cups in je muffinvorm.
Doe de pompoen in een keukenmachine en hak de boel in kleine stukjes. Doe de suiker en de eieren erbij en vermeng. Voeg dan een snuf zout, het bloem, het bakpoeder, de walnoten, het kaneelpoeder en de olijfolie toe en laat de machine even draaien – maar niet te lang, het beslag moet vooral niet te grondig gemixt worden.
Vul de cups met het pompoenbeslag (ongeveer tot ¾ hoogte) en bak ze 20-25 minuten in de oven. Laat de muffins afkoelen op een rooster.

Note: Jamie gebruikt in dit recept extra vierge olijfolie, maar dat heb ik niet gedaan – omdat ik bang was dat de sterke smaak van de olijfolie dan te nadrukkelijk aanwezig zou zijn. Voor wie dit wel probeert: laat je me even weten hoe het ging?

zondag 21 oktober 2012

Chorizo-kikkererwtensoep

Wie dit blog een beetje volgt, weet dat ik een groot liefhebber ben van de combinatie kikkererwten met chorizo. Zo was er al eens een stoofpotje à la Gordon Ramsay, een maaltijdsalade en nog een stoofpot. Nu komt er een soepje. En wat voor één!

Dit is een stevige, hartige en heerlijk pittige maaltijdsoep – niks voor een zonnig zomerdagje, maar perfect voor een kille herfst- of winterdag. Het recept komt uit “Minibijbel soepen” van Anne Sheasby (Veltman Uitgevers, verkrijgbaar in de winkel).

Voor 4 personen:
plukje saffraandraadjes
1 eetlepel olijfolie
450 gr chorizoworst, in dobbelsteentjes
1 theelepel gedroogde chilivlokken
2 teentjes knoflook, fijngehakt
450 gr tomaten, grof gehakt
400 gr (= 1 blik) kikkererwten, afgespoeld en uitgelekt
350 gr aardappelen, in grove stukken
2 laurierblaadjes
1000 ml groentebouillon of water
20 gr platte peterselie, grof gehakt
(zee)zout en versgemalen zwarte peper

Week de saffraandraadjes in een scheut heet water.
Neem een grote soep- of braadpan en verhit hierin de olie op middelhoog vuur. Bak de chorizostukjes in de olie tot ze een beetje knapperig zijn – zo’n 5 minuten.
Voeg de chilivlokken en de knoflook toe en bak dit 1 minuut mee. Roer dan de saffraan (incl. het weekwater), de tomaten, de kikkererwten, de aardappelen en de laurier erdoor. Schenk de bouillon erbij en voeg bescheiden zout en peper toe. Breng de soep aan de kook, zet het vuur lager en laat ongeveer 45-50 minuten zachtjes sudderen – tot de aardappelen gaar zijn en de soep ietsje gebonden is. Voeg de peterselie toe en breng eventueel extra op smaak met zout en peper.

dinsdag 16 oktober 2012

Herfstrisotto met rode wijn en paddenstoelen

Hoe merkwaardig het misschien ook klinkt (vooral nu het regent, behoorlijk waait en flink fris is): de herfst is mijn favoriete jaargetijde. Dit hangt misschien niet geheel toevallig samen met het feit dat de smaken van de herfst ook favoriet zijn: paddenstoelen, pompoen, stevige soepen, hartige ovenschotels…

Een paar dagen geleden maakte ik deze herfstrisotto, die oorspronkelijk gebaseerd is op een receptenkaartje van ZTRDG. Echter, in dit recept werd alleen gebruik gemaakt van gedroogde porcini (eekhoorntjesbrood). Da’s heerlijk, maar ik vond het jammer om geen gebruik te maken van de overvloed aan fantastische verse paddenstoelen die er nu is. Het werd dus een mix van droog en vers, met wat persoonlijke toevoegingen in de vorm van verse dragon en mascarpone… Mjam!

Voor 2 personen:
ca. 10 gr gedroogde porcini
2 eetlepels roomboter
100 gr verse cantharellen, schoongemaakt
100 gr verse portobello, schoongemaakt, in plakken
1 sjalotje, fijngesnipperd
125 gr risottorijst (ik gebruikte arborio)
250 ml (stevige) rode wijn
500 ml bospaddenstoelenbouillon (of kippenbouillon)
1 eetlepel mascarpone
1 takje verse dragon

Doe de gedroogde paddenstoelen in een kommetje en giet er wat kokend water over. Laat dit ongeveer 5 minuten weken.
Smelt 1 eetlepel roomboter in een grote koekenpan en bak op vrij hoog vuur de verse paddenstoelen (cantharellen en portobello – of elke combinatie die je lekker vindt) even goed aan. Haal de paddenstoelen uit de pan en houdt ze onder aluminiumfolie warm.

Verhit dan de tweede eetlepel roomboter in dezelfde pan en fruit hierin het sjalotje een paar minuten. Voeg de risottorijst toe en bak dit ongeveer een minuut mee. Blus dan af met de rode wijn (in 1 keer erbij) en laat de wijn – al roerend – volledig opnemen door de rijst. Voeg daarna (soep)lepel voor (soep)lepel de bouillon toe en blijf vooral ook flink roeren. Het duurt ongeveer 20 minuten voor de rijst klaar is (gaar, maar met een lichte “bite”). Voeg na ongeveer 15 minuten de verse paddenstoelen en de geweekte porcini toe en giet ook het weekvocht in de pan (maar laat het laatste beetje vocht in het kommetje zitten, want tussen het bezinksel kan zich ook wat zand bevinden). Roer, als de rijst gaar is, de mascarpone en het grootste deel van de verse dragon erdoor. Garneer met de resterende dragon en serveer direct.

De ingrediënten in deze risotto zijn zo smakelijk, dat ik geen extra zout of peper gebruikte. Controleer echter altijd even – proeven is noodzakelijk!

woensdag 10 oktober 2012

Spaghetti met kip, citroen en artisjok

Een paar maanden geleden had ik een prijs gewonnen in de Vriendenloterij. Dat is vrij bijzonder, want ik win nooit iets. Ik mocht kiezen uit 3 kleine prijzen: een verzameling Chupa Chup-lollies (wat moet een mens ermee?), een bloemenbon (leuk!) of een exemplaar van “delicious. het kookboek!” van Valli Little (Fontaine Uitgevers).



Jullie raden het vast al… heb ik hier een winkel die afgeladen vol is met kookboeken… kies ik dus toch voor het delicious-boek. Ja! Want dat is een leuk boek en bovendien, die had ik thuis nog niet. Er zijn mensen die het niet snappen, maar voor mij is het volstrekt logisch.

De laatste weken zijn er al diverse gerechten uit dit boek hier voorbij gekomen en ook vandaag heb ik een delicious-pastagerecht te delen. Er worden in dit recept artisjokken gebruik – uit blik, dus geen gedoe met verse exemplaren. Gewoon een blik van Bonduelle kopen en aan de slag ermee!

Voor 4 personen:
2 eetlepels olijfolie
400 gr kipfilet, in dunne plakjes
1 blik gemarineerde (geroosterde) artisjokharten à 390 gr (uitlekgewicht 240 gr), uitgelekt en in plakjes
2 tenen knoflook, in dunne plakjes
1 rode peper, zaadjes verwijderd en fijngehakt
geraspte schil en sap van 2 citroenen
400 gr spaghetti
75 gr rucola
40 gr Parmezaanse kaas, geraspt

Kook de spaghetti al dente volgens de aanwijzingen op de verpakking. Giet de pasta af en vang een beker kookvocht op. Zet de spaghetti apart tot gebruik.
Neem een braadpan of een grote koekenpan, verhit de olie en bak de stukjes kipfilet tot ze goudbruin zijn. Doe de knoflook, de rode peper, de artisjokken, het citroensap en de citroenrasp erbij. Roer even door, doe een deksel op de pan en bak ongeveer 6 minuten, tot alles gaar is.
Doe de pasta bij de kip en voeg kookvocht naar wens toe. Breng op smaak met zout en peper, schep de rucola erdoor en bestrooi met de Parmezaanse kaas. Serveer direct!

donderdag 4 oktober 2012

Klassieke vanille-cheesecake met frambozensaus

Vorige maand schreef vriendinnetje N. een post over de New York cheesecake. Die zag er zo heerlijk uit, dat ik besloot om zelf ook weer eens een poging te wagen. Ik gebruikte niet hetzelfde recept, maar een (redelijk vergelijkbaar, maar toch anders – met 3 duidelijk zichtbare laagjes) recept uit “delicious. het kookboek!” van Valli Little (Fontaine Uitgevers).

In het boek wordt de cheesecake geserveerd met chocoladesaus en wat frambozen, maar ik besloot om een bramensaus te maken. Probleempje was alleen dat de groenteman geen bramen verkocht. Deze waren namelijk schandalig duur op de veiling, zo vertelde hij, en de frambozen waren zo veel mooier. De bramensaus werd dus vervangen door frambozensaus – in dit geval met verse exemplaren, maar buiten het seizoen kun je natuurlijk ook prima diepgevroren fruit gebruiken!

Voor 1 grote kwarktaart (12 personen – bakvorm 20 x 30 cm):
300 gr naturel zandkoekjes (ik gebruikte crunchy country koekjes)
1 eetlepel cacaopoeder
70 gr ongezouten roomboter, gesmolten
750 gr verse roomkaas
150 ml slagroom
1 afgestreken eetlepel vanillepasta, of de zaadjes uit 1 vanillestokje
2 eieren + 8 eierdooiers
240 gr fijne kristalsuiker
600 ml zure room
bakje (150 gr) verse frambozen
1½-2 eetlepels poedersuiker

Note: Ik maakte zelf 1/3 deel van dit recept en gebruikte een bakvorm van 15 x 15 cm.

Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius. Bekleed de bakvorm met bakpapier.
Doe de koekjes in een keukenmachine en maal ze fijn. Voeg de gesmolten boter en het cacaopoeder toe en vermeng nogmaals. Schud de kruimels in de bakvorm en druk met je vingers goed aan. Zet de vorm 10 minuten in de oven en laat de bodem daarna goed afkoelen. Schakel de oventemperatuur terug naar 110 graden Celsius.



Maak de kom van de keukenmachine schoon en doe de roomkaas, de slagroom, de vanille, de eieren, de eierdooiers en 200 gr suiker erin. Pureer dit goed glad en giet dit mengsel bovenop de koekjesbodem. Bak de taart nu 1 uur en 15 minuten in de oven – tot de vulling stevig, maar nog een tikje wiebelig is.
Maak intussen de kom van de keukenmachine opnieuw schoon en mix hierin de zure room met de resterende suiker (40 gr). Giet dit zure roommengsel over de roomkaaslaag en bak de taart nog 15 minuten. De zure roomvulling zal wiebelig blijven, maar dat is in orde. Schakel de oven uit, zet de deur op een kiertje en laat de cheesecake in de oven staan tot hij volledig afgekoeld is. Zet dan de taart nog minimaal 3 uur in de koelkast.
De frambozensaus maak je door de verse frambozen (houd een paar mooie exemplaren achter voor decoratie) in een blender of keukenmachine heel fijn te pureren. Voeg de poedersuiker toe en vermeng opnieuw goed. Druk dan de frambozenpuree door een zeef (met behulp van de bolle kant van een lepel) en decoreer de cheesecake met deze – ietwat zurige – rozerode saus en een paar mooie hele vruchten.
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...