Google+ Followers

vrijdag 27 april 2012

Preitaartjes met Emmentaler

Het onderstaande recept heb ik zelf verzonnen. Nou ja, het begon als een idee uit een boek, maar ik heb er zoveel aan veranderd dat het copyright nu echt bij mij ligt.
Meestal zijn dit niet zulke succesvolle acties. Daarover lezen jullie dus nooit iets op dit blog, want over mislukkingen zwijg ik als het graf. Maar deze keer heb ik een winnaar, dus loop ik nu even hoog van de toren te toeteren!

Je kunt deze preitaartjes eten als snack, als bijgerecht of als hoofdgerecht (als je er 2 per persoon neemt).

Voor 6 taartjes:
6 plakjes bladerdeeg, ontdooid
1 eetlepel olijfolie
2 grote preien, in dunne ringen
1 grote rode ui, in dunne halve ringen
150 gr spekreepjes
2 volle eetlepels kwark
2 theelepels garam masala
100 gr geraspte Emmentaler
versgemalen zwarte peper

Verwarm de oven voor tot 200 graden Celsius.
Neem een grote koekenpan en verhit hierin de olie. Fruit de prei, de ui en de spekreepjes hierin – tot de groente vrijwel gaar is (circa 7 minuten). Laat dit mengsel even afkoelen en schep er dan de kwark, de garam masala en ongeveer 40 gr geraspte Emmentaler doorheen. Breng op smaak met versgemalen zwarte peper (zout is niet nodig – dat zit voldoende in de spekreepjes en de kaas).
Leg de plakjes bladerdeeg op een met bakpapier beklede bakplaat. Schep 2 volle eetlepels groentemengsel op elk plakje en verdeel dit over het bladerdeeg – maar laat aan de randen ongeveer 1 cm vrij. Verdeel de resterende kaas over de taartjes en bak ze in ongeveer 18 minuten gaar en goudbruin.

dinsdag 24 april 2012

Italiaanse worstjes met rozemarijn en aardappelen

Túúrlijk…. - denkt nu de regelmatige lezer van dit blog - wéér een receptje van Bill Granger…

Eh, ja, dat klopt. Ik vind namelijk de receptjes van de immer breeduit grijnzende Australiër heel lekker. Waarbij ik de eerste ben om te roepen dat dat gegrijns heel irritant is. Maar daar gaat het niet om. Het gaat erom dat dit weer eens zo’n superlekker en heel eenvoudig te bereiden maaltijd is. Hup, het hele boeltje bij elkaar in een grote ovenschaal, klein uurtje in de oven en Bill, eh, Bob’s your uncle.

Dit recept staat in het nieuwste boek van Bill Granger: “De (perfecte) man in de keuken" (Uitgeverij Terra, verkrijgbaar in de winkel) – een verzameling van de beste 130 recepten uit oudere boeken van Bill.

Voor 4 personen:
6 à 7 Italiaanse worstjes
800 gr aardappelen, schoongeboend en eventueel geschild, in stukken
1½ theelepel paprikapoeder
2 takjes rozemarijn
½ ciabattabrood, in stukken
½ dl olijfolie
handvol verse basilicumblaadjes

Verwarm de oven voor op 200 graden Celsius. Snijd de worstjes in dikke plakken en doe ze, samen met de aardappelen, het paprikapoeder, de rozemarijn en de stukken ciabatta, in een grote ovenschaal. Sprenkel de olijfolie erover en vermeng goed (maar doe voorzichtig).
Zet de schaal 40-50 minuten in de oven, tot de aardappelen gaar zijn en de ciabatta een goudbruin kleurtje heeft. Schep de ingrediënten tijdens de baktijd een paar keer om.
Bestrooi met basilicum en serveer met bij voorbeeld een rucolasalade.

vrijdag 20 april 2012

Tijm-mosterdstengels

Als er bezoek komt, wil ik nog wel eens snel vooraf deze hartige stengels maken. De ingrediënten heb ik eigenlijk altijd wel in huis: meer dan verse tijm, geraspte kaas, mosterd en kant-en-klaar deeg heb je er niet voor nodig.
Over tijm gesproken: het staat een ieder natuurlijk vrij om gedroogde tijm te gebruiken, of verse tijm uit zo’n doosje. Daar is niets mis mee. Maar denk eens aan deze eenvoudige en goedkope oplossing: koop één keer een tijmplantje en poot deze in je tuin. Niet in een pot, maar gewoon in de koude grond. Dit deed ik vorig jaar zomer en dat ene plantje is nu 3x zo groot geworden. Het heeft bovendien moeiteloos de wintertemperaturen van -20 C overleefd. Je hebt het hele jaar door lekkere tijm (in de zomer zelfs met van die fleurige bloemetjes) en het is volstrekt onderhoudsarm.

Even terug naar de stengels: je kunt hier kant-en-klaar deeg uit de vriezer voor gebruiken. Het werkt zowel met deeg voor hartige taart als met bladerdeeg.

Het recept komt uit “365 hapjes uit de hele wereld” (Veltman Uitgevers, verkrijgbaar in de winkel).

Voor ongeveer 20 stuks:
55 gr belegen kaas, geraspt
2 eetlepels mosterd
blaadjes van 2 takjes tijm
250 gr bladerdeeg of deeg voor hartige taart

Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius. Laat de deegplakjes ontdooien. Vermeng de kaas, de mosterd en de tijm in een kommetje.
Rol het deeg uit tussen twee grote stukken plastic folie tot een rechthoek van ongeveer 30 x 10 cm. Verdeel het kaasmengsel erover en rol het op tot een lange cilinder. Rol het dan opnieuw uit tot een lap van 30 x 10 cm. Snijd deze lap in drie stukken (van ieder 10 x 10 cm, snappen jullie het nog?) en snijd deze in lange stengels (ongeveer 1½ cm breed).
Leg de stengels op een (met bakpapier beklede) bakplaat en bak ze goudbruin. Het bladerdeeg heeft hier 12-15 minuten voor nodig, het deeg voor hartige taart zo’n 18-20 minuten. Laat 10 minuten afkoelen en dien op.

dinsdag 17 april 2012

Ottolenghi's gekarameliseerde witlof met serranoham

Het succes van de boeken van Yotam Ottolenghi is overweldigend. Van “Plenty” zijn waanzinnige aantallen verkocht en zijn “Kookboek” is ook hard op weg om een grote hit te worden. Nederlandse lekkerbekken gaan allemaal door de knieën voor zijn lekkere recepten, die vooral opvallen door de verrassende smaakcombinaties, vaak met Midden-Oosten invloeden.
Neem nou dit gerecht. Het is eigenlijk gewoon een variant op de standaard witlof-met-ham-en-kaas klassieker. Maar dan dus anders. En zó de moeite waard!


Voor- of bijgerecht voor 6 personen:
6 struikjes witlof (van gelijke grootte), in de lengte doormidden gesneden
40 gr roomboter
4 theelepels fijne kristalsuiker
50 gr broodkruim (bij voorkeur van zuurdesembrood)
70 gr Parmezaanse kaas, geraspt
2 eetlepels tijmblaadjes
120 ml slagroom
12 plakken serranoham
(zee)zout en versgemalen zwarte peper

Verhit de oven tot 200 graden Celsius. Neem een grote koekenpan en verhit hierin de boter en de suiker. Roer door elkaar en leg de witlof erin met het snijvlak naar beneden (doe dit eventueel in 2 partijen). Bak de witlof 2-3 minuten en haal de stronkjes dan uit de pan en leg ze in een ovenschaal (met de gekarameliseerde kant naar boven).
Neem een kommetje en vermeng hierin het broodkruim, de Parmezaanse kaas, de tijmblaadjes, zout en peper naar smaak en de slagroom. Verdeel dit kruim over de witlofstronkjes en dek elk stronkje af met een plak ham. Zet de ovenschotel ongeveer 20 minuten in de oven.
Besprenkel eventueel voor het serveren met wat olijfolie of strooi er wat fijngehakte bladpeterselie over.

vrijdag 13 april 2012

Rachel's aardappelnestjes met camembert

Een paar weken geleden startte er een nieuw kookprogramma op de BBC. Voor wie het nog niet weet: de BBC staat op eenzame hoogte als het gaat om het maken van kook- en bakprogramma’s. Geen gedoe, gewoon koken – en dat dan briljant doen. Dat lukt in Nederland niemand, maar dit terzijde.
Dat nieuwe kookprogramma gaat over de Franse keuken. Oke, ik zal het dan nu maar eerlijk opbiechten: die Franse keuken, daar zitten echt hele lekkere dingen bij, maar ik kan er toch maar niet héél erg warm voor lopen. Geen idee waar het aan ligt, misschien iets te vaak niertjes op het menu.
Goed, de Franse keuken dus. Ik werd niet erg enthousiast. En dat programma werd dan gemaakt door een Engelse mevrouw die in haar claustrofobisch kleine Parijse keukentje Franse dingen ging doen. Ik zag er geen heil in, al wist ik dat die mevrouw (ze heet Rachel Khoo) en haar boek in Engeland helemaal top of the bill zijn.

Ik ging toch kijken, want (a) duh, ik heb een kookboekenwinkel en dan is de Beebs vakliteratuur en (b) de BBC maakte het, dus heel slecht kon het niet zijn.

Shock horror! Zó leuk! Ik vind het programma geweldig, ik vind Rachel geweldig en haar boek is ook geweldig (er is – hoe prettig – net een Nederlandse vertaling verschenen)! Ze neemt de klassieke Franse keuken als uitgangspunt en geeft daar dan haar eigen, lichte draai aan. Heel fijn!

Dit recept komt uit “Chez Rachel” van Rachel Khoo (Kosmos Uitgevers). In het originele recept wordt de superstinkende Reblouchon-kaas gebruikt, maar ja, Rachel zei zelf in haar programma dat je dat ook prima kon vervangen door camembert. En aldus geschiedde.

Bijgerecht voor 6 personen:
1 eetlepel zachte roomboter
500 gr vastkokende aardappelen
1 ui, fijngehakt
1 teentje knoflook, fijngehakt
1 kleine prei, in dunne ringen
1 laurierblad
200 gr blokjes gerookt spek
1 dl droge witte wijn
250 gr camembert, in blokjes

Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius. Vet een muffinplaat (6 stuks voor grote nesten, 12 voor kleine nestjes) in met de boter. Snijd de aardappelen julienne (met behulp van de fijne rasp op de keukenmachine).
Neem een grote koekenpan met anti-aanbaklaag en doe de ui, de knoflook, de prei, de spekblokjes en het laurierblad erin. Bak dit even goed aan tot het spek goudbruin verkleurt. Doe de wijn erbij en laat dit inkoken tot er ongeveer 2 eetlepels vocht over zijn. Verwijder het laurierblad, schep de aardappelen erdoor en haal de pan van het vuur. Laat heel even afkoelen en schep dan de kaasblokjes erdoor.
Vul de muffinholtes met het aardappelmengsel en bak ongeveer 20 minuten in de oven (tot alles een goudbruin kleurtje heeft en de kaas lekker bubbelt).

dinsdag 10 april 2012

Pasta met spinazie en geitenkaas

Lekker en gezond eten hoeft echt niet moeilijk te zijn. Dit bedacht ik me (weer eens) toen ik bezig was met onderstaande pasta. Jeetje, zo’n gerecht stelt echt niets voor om te maken en het is zo oneindig veel gezonder en lekkerder dan een pastasaus uit een pot. Geen conserveringsmiddelen, geen E-nummers waarvan je niet weet wat ze betekenen… gewoon verse producten!
Ik ben heus niet roomser dan de paus, hoor! Ook bij mij staat er voor noodgevallen echt wel zo’n potje in de voorraadkast, maar als ik even de kans heb dan doe ik het toch liever anders!

Dit recept komt uit “100 pastasauzen” van Thea Spierings (Karakter Uitgevers, verkrijgbaar in de winkel). Je kunt elke gewenste (gedroogde) pastasoort hiervoor gebruiken, maar een korte, grove pasta (penne, rigatolli) werkt het beste. Ik gebruikte orecchiette (oortjespasta, ongeveer 200 gr).

Voor 4 personen:
1 eetlepel olijfolie
1 ui, gesnipperd
1 teentje knoflook, fijngehakt
1 blik tomatenblokjes (400 gr)
1 rode paprika
500 gr verse spinazie, grofgesneden
200 gr zachte geitenkaas, in blokjes

Het is het lekkerste om de paprika niet in rauwe vorm te gebruiken, maar eerst te roosteren. Verwarm hiervoor de oven tot 225 graden Celsius. Leg de paprika erin, rooster 10 minuten, draai de paprika om en rooster nogmaals 10 minuten. Haal dan de paprika uit de oven en stop ‘m in een plastic zakje. Knoop deze goed dicht en laat ongeveer 15 minuten rusten. Daarna kun je zonder problemen het vel en de zaadjes verwijderen. Snijd de paprika in reepjes.

Verwarm de olie in een grote koekenpan (of wok) en bak hierin de ui en de knoflook ongeveer 2 minuten aan.
Roer de tomaten en de paprika erdoor en breng de saus aan de kook. Schep de spinazie erdoor en laat deze even slinken. Verdeel uiteindelijk de blokjes geitenkaas erover. Serveer met pasta.

donderdag 5 april 2012

Pico de gallo

Voor dit stukje had ik bedacht dat ik een aardig verhaaltje zou kunnen schrijven over de Schaal van Scoville. Op deze schaal zijn namelijk de “heetheidscores” van alle pepertjes terug te vinden, van een doodsimpele rode paprika (score = 0) tot pure capsaicine (maximale score = 16.000.000). Capsaïcine is het stofje in pepertjes dat het hele boeltje lekker pittig maakt.
Leuk plan, vond ik zelf.
Toen bleek er sprake te zijn van een klein probleempje: op de Scoville-schaal staan heel veel pepertjes, vaak met hun “type-aanduiding” erbij. Een normaal rood pepertje is er niet op te vinden (tenzij je zou weten hoe zo’n ding wetenschappelijk heet) en jalapeñopepers staan er wel op – maar daarvan blijken heel veel variaties te bestaan. Ook mijn geliefde (en venijnig pittige) Lombok-pepertje kon ik niet terug vinden. Kortom: het plan viel in het water.

Hoe kwam ik hier eigenlijk bij? Nou, omdat in deze “Pico de gallo” bij voorkeur jalapeñopepers gebruikt moeten worden. Deze zijn een stukje scherper dan onze bekende Spaanse vrienden, maar ze zijn (in elk geval vers) niet zo eenvoudig te vinden in Nederland. De oplossing lag in een potje met rode jalapeñopepertjes (volgens mij van het merk Tex-Mex). Deze kocht ik gewoon in de supermarkt. De pepertjes zijn in zuur ingemaakt, dus spoel ze even af onder de kraan voor gebruik. Kun je geen jalapeñopepers vinden, gebruik dan gewoon een rood pepertje (maar laat dan wel de zaadjes erin om de boel op te peppen). Hoe heter, hoe beter!

Het recept komt uit “500 Mexicaanse gerechten” van Judith Fertig (Veltman Uitgevers, verkrijgbaar in de winkel).

Voor ongeveer 350 ml:
3 pruimtomaten, in kleine stukjes
½ kleine (rode) ui, fijngehakt
60 ml vers limoensap
2 eetlepels verse koriander, fijngehakt
2 eetlepels (verse) jalapeñopeper, fijngehakt
½ theelepel zout

Vermeng alle ingrediënten en serveer op kamertemperatuur.
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...