Google+ Followers

woensdag 27 januari 2010

Portobello's met spinazie en geitenkaas

Ik heb een paar dagen lopen twijfelen of ik deze blog zou moeten schrijven. Soms maak je namelijk iets dat zo simpel is, dat een beschrijving ervan het woord "recept" niet rechtvaardigt. En toch doe ik het. Omdat er misschien nog best iemand is die dit "gerecht" niet kent of het nog nooit gemaakt heeft.
Het is een vegetarisch gerecht, maar je kunt er best vlees (bv. ham- of kipreepjes) aan toevoegen. Nodig is het niet, want door het gebruik van de geitenkaas en de pijnboompitten is de voedingswaarde dik in orde.

Voor de goede orde: ik hou ervan als m'n pijnboompitjes erg donkerbruin (zeg maar: zwart) zijn. Dat was dus geen ongelukje, dat geeft smaak.

Voor 4 porties heb je nodig:
4 grote portobello's
150 gr zachte geitenkaas
300 gr (diepvries) spinazie, ontdooid
100 gr pijnboompitten
peper, zout
olijfolie

De eerste stappen kun je ruim van te voren uitvoeren:
Rooster de pijnboompitten in een droge koekenpan tot ze de gewenste kleur hebben bereikt. Verwarm de oven voor op 200 graden Celcius. Leg de portobello's in een ovenschaal (met de onderkant naar boven) en giet er een beetje olijfolie over. Zet dan de portobello's ca. 20 minuten in de oven.
Als je wilt, kun je hier de bereiding afbreken en de pijnboompitten en voorgegaarde portobello's in de koelkast bewaren.

Verwarm de ontdooide spinazie in een pannetje en giet zo veel mogelijk vocht af. Voeg dan de helft van de geitenkaas toe en roer het door de spinazie. Breng op smaak met zout en peper. Vul dan de portobello's met het spinaziemengsel en verkruimel de resterende geitenkaas erover. Verdeel tenslotte de pijnboompitten over de reuzenchampignons en zet de ovenschaal nog zo'n 15 minuten in de oven (opnieuw op 200 graden Celcius).

maandag 25 januari 2010

Oostenrijkse zalm in couscous-jasje

Onlangs kreeg ik een boekje te leen van mijn zus D., genaamd "Weissensee Fangfrisch" met daarin (moderne) streekgerechten uit de Weissensee-omgeving in Oostenrijk. Ieder jaar gaan D. en zwager F. daar namelijk naar toe - F. schaatst graag lange afstanden en D. gaat aanmoedigen, wandelen en kletsen met Christine Schwarzenbacher. Christine is eigenaresse van het hotel waar D. en F. verblijven en bovendien een van de 4 auteurs van het boekje. Zij is ook degene op wiens naam het onderstaande recept staat.

Het leek in eerste instantie nogal een uitdaging voor me, omdat het een behoorlijk "elegant" gerecht betreft. In vergelijking met m'n gebruikelijke ovenschotels en eenpansgerechten had ik het gevoel dat ik nu erg m'n best moest doen. Dat bleek dus onzin, hoewel ik waarschijnlijk wel een ietwat rustieke versie heb geproduceerd... Het originele recept gaat uit van forel-filets, maar - zo schreef Christine - je kunt ook gewoon zalmfilets gebruiken. En zo geschiedde het:

Ingredienten vis (voor 4 personen):
4 forel- of zalmfilets
citroensap
Noilly Prat

Ingredienten korst:
120 ml water
80 gr couscous
60 gr broodkruimels
1 theelepel currypoeder (mild)
1 theelepel paprikapoeder
citroenrasp
zout en peper

Ingredienten venkel:
400 gr venkel
0,5 liter groentenbouillon
4 cl witte wijn
1 theelepel dille
maizena

Laat de couscous 5 minuten in het gezouten water staan. Maak het dan los met een vork, spreid het uit op een platte ondergrond en laat 1 uur rusten. Vermeng het dan met de andere ingredienten.
Besprenkel de vis met een beetje citroensap en Noilly Prat. Maak dan een korst (bovenop de vis) van het couscousmengsel en druk het goed aan. Verhit wat olijfolie in een pan, leg de vis er met de korst naar beneden in en bak even kort aan. Zet de vis dan onder de grill (180 graden Celcius, circa 6 minuten).
Was de venkel goed, verwijder de stengels en de stronk en snij in vrij grote stukken. Breng de groentenbouillon aan de kook en smoor hier de venkel in (dit duurt ongeveer 15-20 minuten). Haal dan de venkel uit de bouillon en bind de bouillon met een beetje maizena (aangemaakt met een klein beetje water). Doe dan de venkel weer terug in de pan en voeg de dille en de witte wijn toe.
Schep de venkel in een diep bord en leg de vis er bovenop... Smullen!

Zoals jullie op de foto kunnen zien, heb ik een rondom-korst van het couscous-mengsel gemaakt (waarbij trouwens de vraag opkomt hoe origineel Oostenrijks couscous is...?!). Er was genoeg, dus dat ging gemakkelijk. Ondanks m'n twijfels vooraf, bleek het allemaal (a) heel snel op tafel te staan (je moet alleen even de couscous voorbereiden) en (b) was het enorm (!) lekker. Normaal gesproken loop ik niet zo warm voor venkel, maar nu - gesmoord in de groentenbouillon - heb ik er van gesmikkeld. Ik ga dit zeker nog eens maken!

woensdag 20 januari 2010

Muffins met cranberry jelly

Afgelopen zondag zou ik met Marieke naar de langverwachte workshop "Taartjes fotograferen" gaan, maar helaas.... we gingen niet. Hopelijk kunnen we het binnenkort wel inhalen, maar in de tussentijd beperk ik me tot het lezen van de handleiding van m'n camera (idee!) en het ontdekken van de mogelijkheden van Windows Fotogalerie. Ik ben toch bang dat dit - ondanks alle goede bedoelingen - niet echt gaat leiden tot messcherpe foto's, uitgebalanceerde belichting en hippe styling...

Afijn, ik had dus ineens wat tijd over en zoals gebruikelijk waren m'n gedachten al snel gevuld met allerlei kook- en bakplannen. Ik besloot muffins te gaan maken met een vulling van cranberry jelly, aangezien ik nog wat jelly overhad van het experiment met de zalm. In mijn Williams Sonoma boek (al vaak bejubeld, ik zal verdere complimenten nu achterwege laten) over muffins staat een prima recept voor "Jam-filled muffins". Tot mijn grote opluchting bleek je hiervoor geen melk nodig te hebben (die was namelijk net op), maar werden de muffins gemaakt met zure room. Dat was dan weer een domper, want dat had ik ook niet in huis. De keuze tussen (1) snel naar de AH fietsen en (2) gewoon smokkelen was - niet ongebruikelijk - snel gemaakt. Zure room , dat kun je best vervangen door yoghurt... toch? Ik had eerlijk gezegd geen idee, maar ik heb het gewoon gedaan en zie... soms ontstaan in deze situaties de lekkerste creaties!

Ingrediënten (voor 9 muffins):
150 gr bloem
90 gr suiker
0,5 eetlepel bakpoeder
0,25 theelepel baksoda
0,25 theelepel zout
45 gr gesmolten boter (ongezouten)
1 groot ei
0,5 theelepel vanille extract (essence)
0,25 theelepel amandel extract (essence)
150 gr yoghurt
75 gr jelly of marmelade (bv. cranberry, framboos, aardbei)

Verwarm de oven voor op 190 graden Celcius. Vul de muffinvorm met 9 lege papieren bakjes.
Meng in een schaal de droge ingrediënten door elkaar: bloem, suiker, bakpoeder, baksoda en zout.
Meng in een andere schaal de natte ingrediënten: gesmolten boter, ei, vanille en amandel extract en de yoghurt. Doe het natte mengsel bij de droge ingrediënten en roer het losjes door elkaar (niet te veel, het mengsel mag een beetje klonterig blijven).

Vul de muffinvormpjes voor 1/3 deel, doe dan een theelepel marmelade in het midden en vul de rest van de vorm met het muffinbeslag. Bak de muffins 20-25 minuten, laat ze 5 minuten afkoelen op een rek en haal ze dan uit de muffinvorm.

dinsdag 19 januari 2010

Witlofschotel

In het boek "Real cooking" van Nigel Slater vond ik weer een fijn receptje. Ik vind trouwens in de meeste boeken van hem veel fijne receptjes en ook zijn columns en recepten op de website van The Guardian hebben al veel goede ideeën opgeleverd.

Deze keer koos ik voor een variant op de welbekende ham-en-kaas-witlof. Witlof kost bijna niets in deze tijd van het jaar. Normaal gesproken roerbak ik de witlof met sinaasappelsap en tijm (klinkt merkwaardig, maar is echt lekker), maar nu ging ik voor de klassieker.

Ingrediënten (voor 2 personen als hoofdgerecht, of voor 4 personen als bijgerecht):
3 grote stronken witlof
klont boter ter grootte van een walnoot
citroensap van een halve citroen
12 plakken gerookt ontbijtspek / bacon
1,5 eetlepels Dijon mosterd
ca. 150 gr geraspte Gruyere kaas
ca. 300 ml kookroom (het originele recept gaat uit van "double cream")

Verwijder de buitenste bladeren van de witlofstronken, snij de stronken in de lengte doormidden en verwijder de harde kern. Laat de boter smelten in een koekenpan, doe de witlof erbij en knijp de citroen er boven uit. Laat dit op laag vuur 10-15 minuten bakken; zorg dat je de witlof regelmatig omkeert.
Haal de witlofstronken uit de pan, laat ze een beetje afkoelen en wikkel dan elke stronk losjes in 2 plakken ontbijtspek. Leg de stronken in een ovenschotel en voeg eventueel overgebleven kookvocht toe (maar meestal is dat er niet).
Roer de mosterd door de room en voeg de kaas toe, evenals als een royale hoeveelheid zwarte peper. Giet de room over de witlof.
Verwarm de oven voor op 190 graden Celcius en bak de witlofschotel zo'n 30 minuten. De laatste 10 minuten kun je eventueel de temperatuur iets verhogen om een bruin korstje te krijgen.

Even een kleine waarschuwing: als je geen Gruyere wilt gebruiken, maar een andere kaas, zorg dan dat je een kaas met een vrij neutrale smaak kiest. In eerste instantie maakte ik dit recept namelijk met een combinatie van geraspte belegen kaas en Old Amsterdam - samen met de zoutige bacon en de sterke Dijon mosterd was dit echt te heftig. Het originele recept van Nigel Slater gaat bovendien uit van minimaal 2 eetlepels mosterd en ook dit vond ik te veel van het goede.

dinsdag 5 januari 2010

Toad in the hole

Al lange tijd stond op mijn lijstje om "Toad in the hole" te gaan maken; het Britse gerecht met worstjes in een soort Yorkshire pudding-beslag. De delicious. van december 2009 bleek zo vriendelijk om een recept hiervoor te hebben opgenomen, enigszins braaf (en uitvoerig) vertaald als "worstjes uit de oven met tomaatjes en rozemarijn". Tja, "pad in een kuil" is inderdaad geen spannende benaming voor dit winterse gerecht. Daarom: ik pleit ervoor om de vertaling maar helemaal achterwege te laten. "Toad in the hole" klinkt prima (en herinnert aan de Harry Potter boeken) en who cares dat niemand het snapt?

In ieder geval is dit typisch een recept voor koude winterdagen. Het is machtig, vullend en een verrassende combinatie van hartig en zoet. Absoluut dus niet geschikt voor een zomeravond, maar perfect voor nu, met de kou en sneeuw van de laatste dagen.

Ingrediënten:
60 ml olijfolie
8 (varkens-)worstjes
8 plakken spek
300 gr bloem
2 eieren, licht geklopt
500 gr (tros-)kerstomaatjes
2,5 eetlepel fijngehakte rozemarijn
350 gr uienmarmelade (*) of tomatenchutney

* De uienmarmelade kun je natuurlijk zelf maken, maar ik gebruikte een potje Hawkshead Red Onion Marmelade, die ik in de winkel verkoop.

Verwarm de oven voor op 220 graden Celcius.
Schenk 40 ml olijfolie in een braadslede van 3 liter inhoud en zet deze 10 minuten in de oven om voor te verwarmen.
Wikkel intussen de worstjes in spek. Verhit de rest van de olie in een grote koekenpan op middelhoog vuur en bak de worstjes in 10-12 minuten rondom bruin.
Zeef de bloem boven een kom en klop er geleidelijk de eieren en 400 ml water door tot het mengsel glad is.
Verdeel de worstjes over de voorverwarmde braadslede en schenk het beslag eromheen. Leg de tomaten ertussen en bestrooi met de rozemarijn. Bak 20-25 minuten in de oven tot het beslag gerezen en goudbruin is.

Verwarm de uienmarmelade 5-6 minuten op laag vuur tot hij warm is. Serveer de worstjes besprenkeld met de warme uienmarmelade. Op de laatste foto zien jullie de uiteindelijke "Toad in the hole" met de uienmarmelade er bovenop.
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...