Waarschuwing: het lelijkste gerecht ooit!
Vorig jaar september bracht ik een paar heerlijke dagen op
Kefalonia door, een Grieks eiland in de Ionische Zee. Ik schreef in een enthousiast stukje over de plaatselijke specialiteit: een vleespastei met de
welklinkende naam Kefallonitiki Kreatópitta.
Er was altijd het voornemen om deze pastei thuis na te
maken, maar het kwam er natuurlijk steeds niet van. Op de achtergrond loerde
bovendien het gevaar dat de taart die op Kefalonia zo heel erg lekker was, in
Nederland behoorlijk zou tegenvallen (dat heb je immers ook altijd met wijn,
niet waar?). Uiteindelijk trok ik toch de stoute schoenen aan, vond het recept
(in “Prospero’s Kitchen / Island cooking of Greece” van Diana Farr Louis en
June Marinos – privébezit) en ging aan de slag.
Viel het tegen? Nee! Maar: eerlijk gezegd wisten we niet
meer precies hoe de oorspronkelijke taart smaakte! Zorg dat je de pastei goed
op smaak brengt (niet zuinig doen met knoflook, oregano, zout en peper) en kijk
door het lelijke uiterlijk heen… Kreatópitta
verdient het!
Voor
de vulling:
500 gr mager lams- of varkensvlees, in stukjes van 1 x 1 cm
500 gr mager rundvlees, in stukjes van 1 x 1 cm
50 gr arborio rijst (ongekookt)
1 ui, fijngehakt
2 aardappelen, geschild en in stukjes van 1 x 1 cm
90 gr Parmezaanse kaas, geraspt
2 theelepels kaneelpoeder
2-3 theelepels gedroogde oregano
4 theelepels bladpeterselie, fijngehakt
2-3 teentjes knoflook, fijngehakt
2 tomaten, fijngehakt
2 eetlepels olijfolie
120 ml rode wijn
(zee)zout en versgemalen (zwarte) peper
Voor
het deeg:
500 gr patentbloem
1 theelepel tafelzout
1 theelepel kaneelpoeder
160 ml warme olijfolie
240 ml warme rode wijn
En
verder:
2 hardgekookte eieren, in vieren gesneden
240 ml runderbouillon
2 eetlepels roomboter, in stukjes
1 ei
scheutje olijfolie
scheutje melk
Begin een dag van te voren en maak de vulling klaar. Dit doe
je simpelweg door alle ingrediënten voor de vulling met elkaar te vermengen in
een grote kom. Dek af met folie en zet een nacht in de koelkast.
Een paar uur vóór je de pastei wilt serveren, moet je
beginnen met het deeg. Neem een grote kom en vermeng hierin het bloem, het zout
en het kaneelpoeder. Giet de warme olijfolie erbij en vermeng zo goed mogelijk
met de toppen van je vingers. Doe dan de warme wijn erbij – en schrik niet! Het
mengsel lijkt véél te nat te worden (en is bovendien ook ineens vies-roze
gekleurd). Kneed echter onverstoorbaar even door en je zult zien dat het deeg
ineens niet meer plakt en ongelofelijk zacht is geworden.
Neem 2/3 deel van het deeg en rol het uit tot een grote
ronde lap. Bekleed hiermee een (ingevette) ovenschaal (doorsnede 30 cm) met
vrij hoge randen. Rol het resterende deeg eveneens uit, dit wordt het deksel.
Verwarm de oven voor op 225 graden Celsius. Schep de vulling
in de schaal en stop de stukken ei ertussen. Giet de runderbouillon over de
vulling en leg de stukjes boter erop. Dek de pastei af met het resterende deeg
en druk de rand goed aan. Maak met een scherp mes een paar gaatjes in het
deksel.
Vermeng het ei, de olijfolie en de melk en bestrijk de
pastei met dit mengsel. Bak de taart 20 minuten op 225 graden Celsius en daarna
nog 80 minuten op 200 graden Celsius.
Conclusie: lelijk, veel werk - maar heel lekker! En het allermooiste: ondanks al het vocht in de vulling... geen soggy bottom!