Posts tonen met het label karnemelk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label karnemelk. Alle posts tonen

vrijdag 29 mei 2015

Doe maar normaal



Dit blog verscheen eerder op We Love Cooks.

Koolhydraatarm
Ik heb de afgelopen 6 maanden een koolhydraatarm dieet gevolgd. Ik liet de pasta staan, at me suf aan groenten – en ja, ik viel de nodige kilo’s af! Geweldig, maar ik deed uiteindelijk bijna een moord voor een lekker stuk brood…
En toen werd ik ziek. Dat had niks met het dieet te maken, maar alles met een venijnig virus. Ik had het flink te pakken en toen ik weer een beetje hersteld was (en zowaar weer zin in eten kreeg) kreeg ik ineens een merkwaardige gedachte: ik ging maar even weer koolhydraten eten, want ik moest een tikje aansterken. Huh? Leefde er dan blijkbaar in m’n achterhoofd het idee dat ik een halfjaar roofbouw gepleegd had? Onzin natuurlijk, maar op de één of andere manier knaagde het toch een beetje.

Het normale dieet
Toeval bestaat niet - en dus kreeg ik van een vriendelijke uitgever juist op dat moment een exemplaar van “Het normale dieet” van Esmee Köhler (Spectrum) cadeau. Ze vertelt helemaal niks nieuws, er staat niets in wat ik nog niet wist en toch was dit boekje een wake-up call. Haar simpele visie: afvallen doe je door meer calorieën te verbranden dan je inneemt, daarvoor hoef je geen enkele voedingsgroep uit je leven te bannen, maar eet met mate en gebruik alleen verse en onbewerkte ingrediënten en varieer volop. That’s it – doe maar normaal.

En nu?
Inmiddels eet ik weer koolhydraten, zij het met mate. “Met mate” is trouwens een moeilijk concept voor mij, maar ik weet wel dat ik een leuker mens ben als ik m’n geliefde zuurdesembrood kan eten. Later deze week ga ik risotto maken en daar kan ik me nu al op verheugen – het mag weer! Ik let erop de “lege” calorieën te laten liggen (so long, pepermuntballen) en haal ze doelbewust ook niet meer in huis.

Om m’n terugkeer naar lekker brood te vieren, maakte ik sodabrood – door mij ook wel brood voor mensen met weinig tijd en geduld genoemd. Van begin tot eind ben je maximaal 1 uur kwijt, omdat je nauwelijks hoeft te kneden en het deeg niet hoeft te rijzen. Je gebruikt geen gist of zuurdesem, maar baksoda (natrium bicarbonaat). Een korte waarschuwing is op zijn plaats: eet het brood dezelfde dag als je het bakt, of vries het in (dat gaat prachtig). Sodabrood kun je namelijk niet bewaren, tenzij je graag op gortdroge bakstenen kauwt…

Het recept kun je in vrijwel alle broodbakboeken terug vinden. Ik gebruik altijd het recept van Rachel Allen, uit haar boek “Uit de oven” (Fontaine Uitgevers, het boek is helaas niet meer verkrijgbaar).


Sodabrood met verse kruiden

450 gr tarwebloem
1 afgestreken theelepel fijne kristalsuiker
1 afgestreken theelepel baksoda
1 theelepel zout
350 – 425 ml karnemelk
2 eetlepels fijngehakte verse kruiden (peterselie, munt, bieslook, rozemarijn, salie – wat je wilt)

Verwarm de oven voor op 230 graden Celsius.
Zeef de bloem en baksoda boven een grote kom. Voeg de suiker, het zout en de kruiden toe en vermeng de droge ingrediënten. Maak dan een kuil in het midden en giet het grootste deel van de karnemelk erin.
Maak een soort “klauw” van je handen en vermeng de karnemelk met de bloem. Voeg eventueel wat meer karnemelk toe. Ga het deeg niet kneden! Zorg alleen dat je alle ingrediënten goed vermengt, tot er een samenhangend geheel is ontstaan dat niet nat en kleverig is (pas dus op met het toevoegen van de karnemelk!). Stort het deeg dan op een bebloemd werkvlak, druk het stevig in elkaar en vorm er een rond brood van (hoogte ca. 4 cm). Neem een scherp mes en snijd een diep kruis in de bovenkant.
Leg het brood op de bakplaat (bekleed met bakpapier) en bak 15 minuten. Schakel dan de oven terug naar 200 graden Celsius en bak nog 30 minuten. Leg het brood de laatste 5-7 minuten van de baktijd op z’n kop op de bakplaat. Gaar brood klinkt hol als je er op tikt en is goudbruin van kleur. Laat afkoelen op een taartrooster.

woensdag 28 mei 2014

Sodabrood met vijgen en basilicum

Ik ga weer eens door een sodabrood-fase. Hoewel ik best snap dat ik jullie niet met alle variaties kan lastig vallen, wil ik toch nog één keertje een receptje plaatsen. Mag het? Hierna houd ik weer (even) op.

Dit sodabrood maakte ik voor een avondje met mijn kookclub. Het thema was “Toetjes” en ik had weken zitten broeden op een creatie. Dit was mijn kans om ook eens met een zoet gerecht uit te pakken! En toch… langzaam bekroop me het gevoel dat 8 zoete toeten wel eens te veel van het goede kon zijn. Uiteindelijk besloot ik om wat kaasjes (een oude geit, een Spaans schaap, Britse stilton en simpele brie) mee te nemen en op het laatste moment een sodabrood te bakken. Met vijgen erin, want dat leek me wel toepasselijk. Ik bladerde nog even in “Smaakvrienden – Fruit” van Angélique Schmeinck (Karakter Uitgevers) en ontdekte dat vijg en basilicum goed samengaan. Mijn bijdrage aan de avond stond vast!

Voor 1 brood:
450 gr tarwebloem
1 afgestreken theelepel fijne kristalsuiker
1 afgestreken theelepel baksoda
1 theelepel fijn tafelzout
ca. 350 ml karnemelk
100 gr gedroogde vijgen, in plakjes
handvol verse basilicum, grof gehakt

Verwarm de oven voor op 225 graden Celsius.
Neem een grote kom en vermeng hierin het tarwebloem (gezeefd), de suiker, het baksoda (gezeefd) en het zout. Voeg de karnemelk toe en vermeng het met de droge ingrediënten – eerst met een houten lepel, daarna met je handen (op een met bloem bestoven werkvlak). Voeg vervolgens de vijgen en het basilicum toe. Kneed kort tot er een samenhangend deeg is ontstaan. Voeg eventueel een beetje extra karnemelk toe, tot je een soepel deeg hebt. Kneed vooral niet te lang – daar wordt het brood taai van.
Vorm een ronde schijf met een hoogte van 4-5 cm op een met bakpapier beklede bakplaat. Kerf met een scherp mes een kruis in het brood en bak het 15 minuten in de hete oven. Verlaag daarna de oventemperatuur tot 200 graden Celsius en bak het voor een verdere 30-35 minuten. Leg het brood de laatste 5 minuten op z’n kop op de bakplaat. Laat het sodabrood goed afkoelen op een rooster.

dinsdag 13 mei 2014

Sodabrood caprese

Trouwe lezers van dit blog weten dat ik graag sodabrood bak. Geen langdurig kneden, geen rijstijd en wel heerlijk knapperig brood! Er kleven echter ook wel een paar nadelen aan – zo is het brood vrij stevig (vind ik geen nadeel, maar niet iedereen is ervan gecharmeerd) en je kunt het slecht bewaren. Na een dag is het namelijk een droge homp. Daarvoor is er echter een hele simpele oplossing: verdeel het brood in dagporties en vries het in. Dan heb je altijd vers brood met een heerlijk krokante korst!

Dit recept is eigenlijk gewoon een normaal wit sodabrood, met toegevoegde gedroogde tomaten, verse basilicum en mozzarella. Om eventuele vragen te voorkomen: nee, je kunt de karnemelk níet vervangen door gewone melk. Het zuurtje in de karnemelk is namelijk nodig om het baksoda te activeren.

Voor 1 sodabrood:
450 gr tarwebloem
1 afgestreken theelepel fijne kristalsuiker
1 afgestreken theelepel baksoda (dubbelkoolzure soda / natriumbicarbonaat / zuiveringszout)
1 theelepel fijn tafelzout
350 ml karnemelk
5-6 gedroogde tomaten, in kleine stukjes
handvol verse basilicum, grof gehakt
1 bol mozzarella, in kleine stukjes
1 eetlepel gedroogde Italiaanse kruiden

Verwarm de oven voor op 225 graden Celsius.
 
Neem een grote kom en vermeng hierin het tarwebloem (gezeefd), de suiker, het baksoda (gezeefd) en het zout. Voeg de karnemelk toe en vermeng het met de droge ingrediënten – eerst met een houten lepel, daarna met je handen (op een met bloem bestoven werkvlak). Voeg vervolgens de tomaten, het basilicum, de mozzarella en de Italiaanse kruiden toe. Kneed kort tot er een samenhangend deeg is ontstaan. Voeg eventueel een beetje extra karnemelk toe, tot je een soepel deeg hebt. Zorg dat je niet te lang kneedt! (Tenzij je graag taai brood eet).
Vorm een ronde schijf met een hoogte van 4-5 cm op een met bakpapier beklede bakplaat. Kerf met een scherp mes een kruis in het brood en bak het 15 minuten in de hete oven. Verlaag daarna de oventemperatuur tot 200 graden Celsius en bak het voor een verdere 30-35 minuten. Leg het brood de laatste 5 minuten op z’n kop op de bakplaat. Laat het sodabrood goed afkoelen op een rooster.

zondag 16 maart 2014

Karnemelkpannenkoeken met honing-vanilleboter

Dit pannenkoekenrecept gaat eigenlijk helemaal niet over pannenkoeken. Tuurlijk, er staat een recept hieronder, maar in feite kun je elk pannenkoekrecept gebruiken. Nee, de ster van de show is de honing-vanilleboter. Extreem eenvoudig te maken, maar mensen… lekkerrrrr!

Het fijne is: je gebruikt waarschijnlijk niet alle boter voor de pannenkoeken. Dat komt goed uit, want dan je een dag later een vers gebakken broodje er royaal mee bestrijken. Beetje geitenkaas erop en je smult voor een tweede keer!


Voor 4 personen:
100 gr zachte roomboter
3 eetlepels heldere honing
1 theelepel vanillepasta
100 gr zelfrijzend bakmeel
1 theelepel bakpoeder
25 gr fijne kristalsuiker
snufje zout
2 grote eieren (eventueel gesplitst)
175 ml karnemelk
40 ml volle melk
15 gr roomboter (+ extra voor invetten), gesmolten en afgekoeld

Maak allereerst de honing-vanilleboter. Vermeng hiervoor de zachte roomboter, de honing en de vanillepasta – gebruik voor het beste resultaat een mixer of een keukenmachine. Zet de boter minimaal 30 minuten in de koelkast om wat op te stijven.

Maak het pannenkoekenbeslag door eerst het bakmeel boven een grote kom te zeven, samen met het bakpoeder. Voeg de suiker en het zout toe en vermeng alle droge ingrediënten. Maak dan een kuiltje in het midden en doe de eieren, de karnemelk, de melk en de gesmolten roomboter erbij. Vermeng tot een glad beslag.
Voor extra luchtige pannenkoeken kun je ook in eerste instantie alleen de eidooiers door het beslag roeren. Klop de eiwitten stijf en schep ze voorzichtig door het beslag. Ik had er niet het geduld voor…
Verhit een grote anti-aanbakpan op matig-hoog vuur en bestrijk de bodem met wat gesmolten boter. Schep 3 tot 4 volle eetlepels (met tussenafstand) in de pan en bak deze ongeveer 2 minuten. Draai de pannenkoekjes dan om en bak 1 minuut op de andere kant. Serveer de pannenkoeken warm, uiteraard met de geweldige honing-vanilleboter…

Hoe suf kun je zijn: ik heb de foto's van de pannenkoeken met de smeltende boter erop waarschijnlijk weggegooid... onvindbaar!

zondag 5 januari 2014

Muffins met sjalotten en Parmezaanse kaas

Het mag nog nét, dus: Ik wens iedereen een geweldig 2014, vol geluk, liefde, voorspoed en gezondheid!

Iedereen die 2014 is begonnen met het voornemen minder koolhydraten te eten: stop hier maar met lezen. Ik doe er niet aan mee. Eerlijk gezegd: ik vind het nogal overtrokken dat koolhydraten en suikers ineens de duivel zijn geworden. Ik laat m’n brood absoluut niet staan, niet in 2013 en ook niet in 2014. Zoals m’n moeder altijd zegt: alles met mate, want overal waar “te” voor staat is niet goed.
Als ik deze wijze raad nou ook nog eens in praktijk zou brengen als het om m’n gesnoep gaat…

Vol goede moed beginnen we dit jaar dan ook met hartige muffins (met zelfrijzend bakmeel, hoe duivels is dat?). Ze zijn heerlijk als tussendoortje, maar je kunt ze natuurlijk ook prima bij een soepje eten. Vervang vooral de Parmezaanse kaas door een andere kaassoort – als er maar veel smaak aan zit!

Het recept komt uit het magazine “Boodschappen” van december 2013.

Voor 12-15 muffins
1 eetlepel olijfolie
2 sjalotten of 1 grote ui, gesnipperd
300 gr zelfrijzend bakmeel
4 theelepels bakpoeder
snuf komijnpoeder
snuf nootmuskaat
75 gr grof geraspte Parmezaanse kaas
2 eieren
300 ml karnemelk
tafelzout

Verwarm de oven voor op 200 graden Celsius.
Verhit de olie in een koekenpan en fruit daarin zachtjes de uien – ongeveer 5 minuten, tot de uien zacht en lichtbruin zijn. Laat de sjalotten iets afkoelen.
Neem een grote kom en zeef hierboven het zelfrijzend bakmeel en het bakpoeder. Doe het komijnpoeder, de nootmuskaat, de kaas en een snufje zout erbij en vermeng goed.
Klop in een andere kom de eieren los met de karnemelk en roer de uien erdoor. Giet dit mengsel bij de droge ingrediënten en vermeng even kort (het hoeft niet perfect gemengd te zijn).
Verdeel het beslag over de muffinvormen (met daarin uiteraard papieren vormpjes) en bak de muffins in ongeveer 25 minuten gaar en goudbruin. De muffins zijn het lekkerst als ze lauwwarm gegeten worden.

vrijdag 29 maart 2013

Karnemelk-sinaasappeldrankje

In mijn vorige stukje op dit blog schreef ik al over mijn enorme afkeer van het weggooien van eten. Dit doe ik eigenlijk nooit – ik probeer restanten altijd op de één of andere manier nog weer te verwerken. Een uitzondering hierop vormde karnemelk. Dat zit zo:
Ik houd niet van karnemelk. Ik maak wel vaak sodabrood. In één sodabrood gaat ongeveer 350 ml karnemelk. In een halve literpak karnemelk zit – het zal je niet verbazen – 500 ml. Het restje werd altijd weggekiept.
 
Eten weggooien zit niet in mijn DNA. Er valt altijd wel een bestemming te bedenken (nou ja, met karnemelk duurde het dus vrij lang – maar lees verder, er is een happy end), maar in de winkel merk ik vaak dat veel mensen daar erg nonchalant in zijn. Ik moet me dan altijd enorm beheersen om niet als een soort schooljuf te gaan preken… denk niet dat mijn klanten daarop zitten te wachten.

Maar met de karnemelk kwam het dus goed! Ik vond namelijk in een oud exemplaar van “Hallo Jumbo!” een recept voor een verfrissend drankje waarvoor je – drumgeroffel – exact 150 ml karnemelk nodig hebt. Het moest zo zijn…

Voor 1 groot glas:
150 ml karnemelk
sap van 2 sinaasappelen
1 zakje (8 gr) vanillesuiker

Nou, hier is geen recept nodig. Vermeng gewoon de karnemelk, het sinaasappelsap en de vanillesuiker en schenk in een groot glas. IJs- en ijskoud het lekkerst!

zaterdag 11 februari 2012

Bruin sodabrood met zaadjes

Ik schreef al eerder over wit sodabrood (met toevoeging van allerlei (verse) kruiden) en inmiddels is het een wekelijks zondagritueel geworden: rondje hondje, sodabrood in de oven, smullen! Alleen op koopzondag werkt dit niet, maar goed, je moet wat over hebben voor de extra omzet. J
Van sodabrood bestaat ook een bruine variant, maar daar is het recept een klein beetje anders. In plaats van kruiden heb ik hieraan een aantal verschillende zaden toegevoegd: sesamzaadjes, pijnboompitten, zonnebloempitten en pompoenpitten. Angstaanjagend gezond en enorm lekker.
Opnieuw geldt: sodabrood is “dicht” en stevig, zwaar brood. Niets voor liefhebbers van luchtige bammetjes, maar perfect voor mij!


Voor 1 sodabrood:
225 gr tarwebloem
225 gr volkorenmeel
1 ei
1 afgestreken theelepel baksoda
1 theelepel zout
50 gr gemengde zaden en pitten
375 - 400 ml karnemelk

Verwarm de oven tot 225 graden Celsius.
Zeef de bloem, het meel en het baksoda boven een grote kom. De vliesjes uit het meel blijven achter in de zeef – doe deze er wel bij (het gaat erom dat de rest goed fijn en zonder klontjes is). Voeg het zout en de zaden toe en klop de karnemelk los met het ei. Maak een kuiltje in het bloemmengsel en giet (het grootste deel van) de karnemelk erin. Vorm een soort klauw van je hand en vermeng de karnemelk met de droge ingrediënten. Voeg eventueel iets meer karnemelk toe, maar zorg dat het deeg niet vochtig en plakkerig is. Ga niet kneden! Zorg dat het deeg een goed samenhangend geheel vormt en vorm er dan (op een met bloem bestoven werkplek) een rond brood van (ongeveer 4 cm hoogte). Neem een scherp mes en maak een diep kruis in het deeg. Leg het deeg op een bakplaat (voorzien van bakpapier) en bak het brood 15 minuten in de oven. Verlaag dan de temperatuur tot 200 graden Celsius en bak nog 30 minuten. Leg het brood de laatste 5 minuten van de baktijd op z’n kop in de oven en laat het daarna goed afkoelen op een rooster.

woensdag 18 januari 2012

Wit sodabrood met rozemarijn

De laatste jaren heb ik af en toe zelf brood gebakken (zie hier, hier en hier). In alle gevallen was ik er erg enthousiast over. Brood bakken bleek niet moeilijk en het resultaat beviel me erg goed. Er kleeft echter wel een nadeel aan: omdat het deeg 2x moet rijzen, neemt het hele proces behoorlijk wat tijd in beslag. En het punt is: tijd, dat heb ik niet zoveel.

Hier komt het Ierse sodabrood in beeld. Want: sodabrood = brood voor ongeduldige mensen. Er wordt namelijk geen gist gebruikt om het deeg te laten rijzen, maar baksoda (ook bekend als dubbelkoolzure soda, zuiveringszout of natriumbicarbonaat). Het deeg hoeft niet weggezet te worden om te rijzen, dit gebeurt tijdens het bakken. Bovendien hoeft het deeg niet gekneed te worden (sterker: dat mag niet, want daar wordt het brood taai van!). De ingrediënten moeten worden gemengd tot een samenhangend geheel en daarna kan het al de oven in.

Perfect…. Enige nadeel is dat deze manier van broodbakken een vrij stevig “dicht” brood oplevert. Voor mij geen probleem, daar houd ik juist van!


Voor 1 sodabrood:
450 gr tarwebloem
1 afgestreken theelepel fijne kristalsuiker
1 afgestreken theelepel baksoda
1 theelepel zout
350 – 425 ml karnemelk
2 eetlepels fijngehakte verse rozemarijn

Verwarm de oven voor op 230 graden Celsius.
Zeef de bloem en baksoda boven een grote kom. Voeg de suiker, het zout en de rozemarijn toe en vermeng de droge ingrediënten. Maak dan een kuil in het midden en giet het grootste deel van de karnemelk erin.
Maak een soort “klauw” van je handen en vermeng de karnemelk met de bloem. Voeg eventueel wat meer karnemelk toe. Ga het deeg niet kneden! Zorg alleen dat je alle ingrediënten goed vermengt, tot er een samenhangend geheel is ontstaan dat niet nat en kleverig is (pas dus op met het toevoegen van de karnemelk!). Stort het deeg dan op een bebloemd werkvlak, druk het stevig in elkaar en vorm er een rond brood van (hoogte ca. 4 cm). Neem een scherp mes en snijd een diep kruis in de bovenkant.
Leg het brood op de bakplaat (bekleed met bakpapier) en bak 15 minuten. Schakel dan de oven terug naar 200 graden Celsius en bak nog 30 minuten. Leg het brood de laatste 5-7 minuten van de baktijd op z’n kop op de bakplaat. Gaar brood klinkt hol als je er op tikt en is goudbruin van kleur. Laat afkoelen op een taartrooster.

Sodabrood laat zich prima invriezen. Je kunt bovendien naar hartenlust variëren met de kruiden: salie, rozemarijn, bieslook, tijm – allemaal prima!
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...