donderdag 2 april 2015

Champignons in mosterdsaus met spinazierijst



Een paar weken geleden maakte ik een geweldig recept uit “Rachel Khoo’s kookschrift” (Kosmos Uitgevers). Het is een vegetarisch gerecht met paddenstoelen in een romige mosterdsaus, maar merkwaardig genoeg heeft het als naam ‘Champignonstroganoff met spinazie en wilde rijst’. Die ‘stroganoff’ mag de pret niet drukken, maar het is geen term die ik zou gebruiken – omdat daarvoor (in mijn versie) de mosterd té nadrukkelijk aanwezig is.

Overigens: geweldig nieuw boek van Rachel Khoo! Je vindt een aantal recepten (waaronder deze) in de delicious. van april 2015. Wil je haar op de voet volgen (zeker de moeite waard!), dan kan dat via Twitter, Facebook en Instagram.

Voor 3 personen:

200 gr rijst (neem elke soort die je aanstaat, ik gebruikte een rode - door bietensap gekleurde - basmatirijst)
100 gr verse spinazie
1 eetlepel roomboter
400 gr kastanjechampignons, alleen hele grote exemplaren gehalveerd
1 teentje knoflook, fijngehakt
400 ml groentebouillon
2 theelepels maïzena
150 ml volle melk
2 volle eetlepels mosterd (ik gebruikte grove Doesburgse mosterd, mijn favoriet)
(zee)zout en versgemalen (zwarte) peper

Kook de rijst volgens de aanwijzingen op de verpakking. Giet de rijst af, doe de spinazie erbij en leg een deksel op de pan – zodat de rijst en de spinazie samen gaar stomen. Zet tot gebruik weg.
Verhit de boter in een grote pan en voeg de champignons toe. Bak ze tot ze bruin en zacht worden (neem hier de tijd even voor, dit duurt zeker 10 minuten). Voeg de knoflook toe en fruit deze even mee.
Meng in een kommetje de maïzena met 2 eetlepels van de melk tot een glad papje. Roer dit papje door de hete groentebouillon en voeg hier ook de mosterd, peper en zout naar smaak en de rest van de melk aan toe. Giet dit mengsel bij de champignons, breng het aan de kook en laat 2 minuten zachtjes doorkoken. Haal dan champignons uit de pan (bewaar ze onder aluminiumfolie), zet het vuur hoger en laat de saus zo’n 15 minuten inkoken. Roer regelmatig goed door met een garde – uiteindelijk moet de saus de consistentie van slagroom krijgen.


Serveer de champignons op een bedje van de spinazierijst en schep er rijkelijk de mosterdsaus overheen. Doe eventueel nog een scheutje citroensap erover, als je dat lekker vindt.

vrijdag 27 maart 2015

Chocoladecake met rode bietjes en sinaasappel



Dit blog verscheen eerder op We Love Cooks.

Sinds een jaartje vliegen de suikervrije kookboeken me om de oren. Suikervrij koken, suikervrij bakken – sommige mensen (die vrij luidruchtig hun mening ventileren) zijn er nogal fanatiek in en suiker schijnt inmiddels het predicaat “duivels” te hebben verkregen. Is dat terecht? Nou, dat kan ik niet echt beoordelen, want ik ben geen voedingsdeskundige. Over het fanatisme heb ik wel een mening.

Verborgen suikers: ja, dat is wel een duivels dingetje. Suiker (en zout) zijn vaak verborgen toevoegingen in allerlei kant-en-klaar-producten. Ongemerkt krijgen we zo veel meer suiker binnen dan we beseffen én waarschijnlijk goed voor ons is. De oplossing is eenvoudig (en wordt gelukkig ook door steeds meer mensen toegepast): gebruik geen pakjes en zakjes meer. Zelf gemaakt smaakt veel beter, je weet exact wat erin zit en het is vaak ook nog goedkoper.

En nee, verder ben ik geen aanhanger van het evangelie. “Suikervrij” is de hippe kreet en de normale suikers moeten vervangen worden door agavesiroop, stevia, rijststroop, honing of kokosbloemsuiker. Niks mis mee, maar dat zijn óók suikers, hoor! Wees dan accuraat en zeg dat je de geraffineerde suikers uit je leven verbant. Een strak plan waar ik best sympathie voor kan opbrengen, maar doe me een plezier en reageer niet hysterisch als er ergens een eetlepel kristalsuiker in zit. En vooral: laat een ander in zijn waarde. Niet iedereen wil het suikervrije licht zien.

Zoals mijn moeder al haar leven lang pleegt te zeggen: Alles met mate.

Een mooie tussenweg lijkt met het onderstaande recept voor een chocolade-bietencake. Je gebruikt basterdsuiker, maar door de toevoeging van biet (van nature zoet) heb je wat minder nodig. De geraspte biet zorgt er bovendien voor dat de cake heerlijk smeuïg is – en voor wie zich nu achter de oren krabt: die bietjes proef je dus niet (heb ik getest op zalig onwetende proefkonijnen).
Het recept komt uit “A lighter way to bake” van Lorraine Pascale (Veltman Uitgevers) – een boek vol gezondere variaties op allerlei bakrecepten, waarbij echter toch de geraffineerde suikers niet geschuwd worden.

Ingrediënten:

100 gr zachte, ongezouten roomboter
150 gr pure chocolade (minimaal 70% cacao), in kleine stukjes
3 eieren
4 eiwitten
1 theelepel vanillepasta (of het merg van 1 vanillestokje, of 1 theelepel vanille-extract)
150 gr lichtbruine basterdsuiker
150 gr tarwebloem
1½ theelepel bakpoeder
2 theelepels gemberpoeder
fijn geraspte schil van 1 sinaasappel
200 gr gekookte bieten (geschild en geraspt)
1 eetlepel poedersuiker, om de cake mee te bestrooien

Verder nodig: een standmixer of handmixer en een diepe, ronde bakvorm met een doorsnede van 18 cm (bij voorkeur met een losse bodem)

Verwarm de oven voor op 150 graden Celsius (hete luchtoven, 170 graden voor een conventionele oven). Bekleed de bakvorm met bakpapier.

Zet een steelpannetje op matig vuur en smelt rustig de boter. Haal de pan van het vuur zodra de boter helemaal gesmolten is en doe de chocoladestukjes erbij. Laat een paar minuten staan en roer dan even door. Zet apart tot gebruik.
Doe de eieren, de eiwitten en de vanillepasta in een grote kom en klop dit rustig tot het lichtgeel en een tikje schuimig is (neem de tijd, ik liet mijn mixer bijna 10 minuten draaien). Voeg de suiker er in 2 delen aan toe en giet de gesmolten chocolade er langzaam bij. Laat alles even goed vermengen.
Strooi het bloem, het bakpoeder, het gemberpoeder en de sinaasappelrasp over het beslag en gebruik een spatel om dit er doorheen te scheppen. Voeg tenslotte de geraspte biet toe en vermeng (opnieuw met een spatel) goed.
Schenk het beslag in de bakvorm en bak de cake in ongeveer 45 minuten gaar. Test met een satéprikker: steek deze in de gebakken cake en haal hem er weer uit. Is de satéprikker (redelijk) schoon, dan is de cake klaar. De cake gaart nog even na als hij uit de oven gehaald wordt.
Laat de cake in de vorm afkoelen. Bestrooi de afgekoelde chocolade-bietjescake met poedersuiker en serveer.

NB: de oplettende lezer zal zien dat ik geen ronde bakvorm gebruikte, maar een (kleinere) vierkante. Mijn baktijd was dan ook iets langer, ruim 50 minuten.

dinsdag 17 maart 2015

Salade met peer, halloumi en rucola



Sinds het boek “Comptoir Libanais” (Uitgeverij Terra) in januari in Nederlandse vertaling op de markt kwam, ben ik groot fan. Je vindt de eetcafés van Comptoir Libanais op verschillende locaties in Londen en ze serveren een mix van Libanees en mediterraan eten. Heerlijk! Het schijnt dat er ook een Nederlandse vestiging in de planning zit… hoe fijn zou dat zijn!

Deze salade maakte ik met peren, maar je kunt de peren ook vervangen door verse vijgen. Gebruik dan ongeveer 6 vijgen en gebruik vooral ook meer peren als je alleen kleine exemplaren kunt vinden.

Voor 3-4 personen:

50 ml ciderazijn
25 ml extra vergine olijfolie
1 eetlepel heldere, vloeibare honing
2 theelepels za’atar (of sesamzaadjes)
1 eetlepel olijfolie
250 gr halloumi, in plakken van 1 cm breed
3 grote rijpe peren, geschild
grote bos rucola
(zee)zout en verse (zwarte) peper


Klop om te beginnen een dressing van de ciderazijn, de extra vergine olijfolie, de honing en de za’atar. Zet apart tot gebruik.
Verhit de gewone olijfolie in een pan en bak de halloumi aan beide kanten goudbruin (pas op – de olie kan spatten!). Verwijder de kern uit de peer en snijd de vruchten in grove stukken.

Leg de rucola op een platte schaal. Wentel de stukken peer door de dressing en verdeel ze over de rucola. Leg dan de halloumi op de schaal en giet de resterende dressing er overheen. Breng op smaak met wat zout en peper.
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...