Dit laatste berichtje van 2010 was er bijna niet gekomen. Het plan was goed, maar het ging bijna mis in de uitvoering.
Het plan: een recept voor een gerechtje dat zowel warm (tortilla gevuld met warme saus) als koud (wrap met koude saus) gegeten kon worden. Behoorlijk gezond, snel klaar en erg lekker. Best een goed plan, dus.
Het ging bijna mis in de fotografie. Nu zijn jullie bepaald geen briljante foto's gewend, maar dit leek echt helemaal nergens op. De tortilla's waren te bleek, de saus leek op de foto te dun - het kon echt niet, zelfs niet voor mijn bescheiden standaard.
Gelukkig bleek de volgende dag dat het allemaal nog meeviel. De koude vulling van de wraps was iets steviger geworden in de koelkast en dus volgt hier toch nog een post met een fotootje. Een foto uit de categorie "laten-we-volgend-jaar-proberen-het-beter-te-doen".
Waarmee ik op de belangrijkste boodschap kom: Allemaal een heel gezond, voorspoedig en smakelijk 2011 gewenst!
300 gr rosbieflapjes, in repen van ca. 1 cm
1 rode paprika, in kleine stukjes
3 bosuitjes, in dunne ringetjes
1 blikje kidneybonen (Bonduelle, 400 gr)
4 tortilla's
Chilisaus
Verhit een eetlepel plantaardige olie in een koekenpan of een wok en fruit de paprika een paar minuten. Voeg de bosuitjes toe en bak die 1 minuut mee. Doe dan de rosbieflapjes in de pan en bak deze 2-3 minuten. Laat in de tussentijd de kidneybonen uitlekken in een vergiet en spoel ze goed af met koud water. Voeg de bonen toe (die hoeven alleen maar op te warmen), breng op smaak met zeezout en versgemalen zwarte peper en giet chilisaus naar smaak bij het mengsel.
Verwarm de tortilla's even in een koekenpan, in de oven of in de magnetron. Schep wat van het rosbiefmengsel in een tortilla en rol deze op.
Deze rosbiefreepjes met groenten en saus kunnen ook prima koud worden gegeten. Vouw dan de tortilla's op als wraps. De koude (en dus iets dikkere) vulling zal er (hopelijk) niet uitlopen (hoewel de persoonlijke test toch een gezellige kliederboel opleverde!).
vrijdag 31 december 2010
woensdag 29 december 2010
Platbrood met rode uienmarmelade en sesam
Trouwe lezers is het wellicht al lang duidelijk dat ik een lichte voorkeur vertoon voor recepten van Jamie Oliver, Nigella Lawson en Bill Granger. Daar zit wel een logica achter: ze doen allemaal niet zo moeilijk (zeker Jamie en Nigella niet) en ze hebben allemaal niet bepaald superverfijnde recepten. Als ik namelijk iets-met-een-drupje-saus-hier en een-friemelbloemetje-daar wil eten, ga ik wel naar een restaurant. Thuis ben ik meer van de rustieke gerechten en het volgende recept van Bill Granger past daar prima bij.
Brave Bill maakt als topping voor dit platbrood zelf een mooie uiencompote. Da's natuurlijk een heel nobel plan en wie weet maak ik dat zelf inderdaad nog eens, maar deze keer gebruikte ik gewoon een K & K (op Twitter staat dat voor: Kant & Klaar) potje rode uienmarmelade.
Overigens komt dit recept niet uit één van de briljante boeken van Bill, maar uit de Kerst 2010-delicious.
Voor 6 personen:
475 gr bloem + extra voor het bestuiven
2 theelepels zeezout + extra voor het bestrooien
1 theelepel droge gist
2 eetlepels olijfolie + extra voor het bestrijken
2 eetlepels sesamzaadjes
gehakte tijmblaadjes
200 gr (rode) uienmarmelade
Doe de bloem en het zeezout in een grote kom en maak een kuiltje in het midden. Meng de olijfolie en de gist door 300 ml lauw water en giet dit in het kuiltje. Roer dit vanuit de rand door elkaar tot een samenhangend geheel ontstaat. Hevel het deegje-in-wording dan over naar een met bloem bestoven werkplek en kneed het deeg circa 5 minuten. Leg het in een met olijfolie bestreken schaal en dek af met een schone handdoek of met plastic folie en laat het deeg 1½ uur op een warme plek rijzen.
Sla het deeg terug door er even flink in te stompen en verdeel het dan in stukken. Je kunt er 6 aparte kleine platbroden van maken, maar ik maakte 2 grotere. Zorg opnieuw voor een met bloem bestrooid werkblad en rol het deeg uit tot een dikte van ongeveer 5 mm. Bestrijk het platbrood met olijfolie, strooi er sesamzaadjes over en eventueel wat zeezout. Leg het brood op een bakplaat en zet deze in een oven die op 220 graden Celcius is voorverwarmd.
Bak het brood 20 minuten en haal het dan kort uit de oven om het te besmeren met de uienmarmelade. Zet dan de bakplaat nog 5 minuten terug in de oven. Strooi de tijm over het brood.
Brave Bill maakt als topping voor dit platbrood zelf een mooie uiencompote. Da's natuurlijk een heel nobel plan en wie weet maak ik dat zelf inderdaad nog eens, maar deze keer gebruikte ik gewoon een K & K (op Twitter staat dat voor: Kant & Klaar) potje rode uienmarmelade.
Overigens komt dit recept niet uit één van de briljante boeken van Bill, maar uit de Kerst 2010-delicious.
Voor 6 personen:
475 gr bloem + extra voor het bestuiven
2 theelepels zeezout + extra voor het bestrooien
1 theelepel droge gist
2 eetlepels olijfolie + extra voor het bestrijken
2 eetlepels sesamzaadjes
gehakte tijmblaadjes
200 gr (rode) uienmarmelade
Doe de bloem en het zeezout in een grote kom en maak een kuiltje in het midden. Meng de olijfolie en de gist door 300 ml lauw water en giet dit in het kuiltje. Roer dit vanuit de rand door elkaar tot een samenhangend geheel ontstaat. Hevel het deegje-in-wording dan over naar een met bloem bestoven werkplek en kneed het deeg circa 5 minuten. Leg het in een met olijfolie bestreken schaal en dek af met een schone handdoek of met plastic folie en laat het deeg 1½ uur op een warme plek rijzen.
Sla het deeg terug door er even flink in te stompen en verdeel het dan in stukken. Je kunt er 6 aparte kleine platbroden van maken, maar ik maakte 2 grotere. Zorg opnieuw voor een met bloem bestrooid werkblad en rol het deeg uit tot een dikte van ongeveer 5 mm. Bestrijk het platbrood met olijfolie, strooi er sesamzaadjes over en eventueel wat zeezout. Leg het brood op een bakplaat en zet deze in een oven die op 220 graden Celcius is voorverwarmd.
Bak het brood 20 minuten en haal het dan kort uit de oven om het te besmeren met de uienmarmelade. Zet dan de bakplaat nog 5 minuten terug in de oven. Strooi de tijm over het brood.
maandag 27 december 2010
Espressomousse met cognac
Mijn bescheiden bijdrage aan het kerstmenu 2010 bestond uit een dessert. Om precies te zijn: uit een klein dessert, want er was ook nog ijs (Ben & Jerry's 'Baked Alaska', jeuj!). Het viel enorm in de smaak en daarom vind ik het bijna genant om hier het recept te verklappen: hiermee wordt namelijk pijnlijk duidelijk hoe eenvoudig en weinig werk het recept is...
Het recept voor deze mousse komt uit "Heerlijke desserts" van Philip Johnson (verkrijgbaar in de winkel). Hoewel ik hier de hoeveelheden voor 6 personen weergeef, maakte ik zelf slechts de helft van het recept.
3½ blaadje (6 gr) gelatine, in koud water geweekt en uitgeknepen
125 ml hete espresso
330 ml slagroom
1 theelepel vanille extract
2 eieren
70 gr fijne kristalsuiker
1 eetlepel cognac
Neem een klein schaaltje en klop hierin de uitgeknepen blaadjes gelatine door de hete espresso. Blijf kloppen tot de gelatine volledig opgelost is en zet het schaaltje dan apart tot gebruik.
Klop de slagroom, samen met de vanille, lekker lobbig (zachte pieken).
Klop in een andere kom de eieren, de suiker en de cognac goed door, tot een dikke en bleek-gele massa is ontstaan.
Roer de warme espresso door het eiermengsel en schep (schep!) voorzichtig de slagroom erdoor. Verdeel de mousse over 6 glazen of kopjes en zet ze in de koelkast. Laat de mousse in ieder geval enkele uren opstijven, maar het is nog beter om dit nagerecht pas de volgende dag te serveren.
Het recept voor deze mousse komt uit "Heerlijke desserts" van Philip Johnson (verkrijgbaar in de winkel). Hoewel ik hier de hoeveelheden voor 6 personen weergeef, maakte ik zelf slechts de helft van het recept.
3½ blaadje (6 gr) gelatine, in koud water geweekt en uitgeknepen
125 ml hete espresso
330 ml slagroom
1 theelepel vanille extract
2 eieren
70 gr fijne kristalsuiker
1 eetlepel cognac
Neem een klein schaaltje en klop hierin de uitgeknepen blaadjes gelatine door de hete espresso. Blijf kloppen tot de gelatine volledig opgelost is en zet het schaaltje dan apart tot gebruik.
Klop de slagroom, samen met de vanille, lekker lobbig (zachte pieken).
Klop in een andere kom de eieren, de suiker en de cognac goed door, tot een dikke en bleek-gele massa is ontstaan.
Roer de warme espresso door het eiermengsel en schep (schep!) voorzichtig de slagroom erdoor. Verdeel de mousse over 6 glazen of kopjes en zet ze in de koelkast. Laat de mousse in ieder geval enkele uren opstijven, maar het is nog beter om dit nagerecht pas de volgende dag te serveren.
donderdag 23 december 2010
Sobanoedels met rundergehakt en zwarte-bonensaus
Het is m'n bedoeling om later deze maand toch nog een ietwat feestelijk recept op deze plaats te zetten. Uiteindelijk kookt iedereen in december extra feestelijk, niet waar? Nou nee, niet waar, want ondergetekende bivakkeert vrijwel uitsluitend in de winkel en kookt nauwelijks (het geringe aantal berichtjes in december is daar het duidelijkste bewijs van). Voor het kerstmaal heb ik - opnieuw - beloofd om met een dessert op de proppen te komen. Trouwe lezers weten dat dat goede voornemen vorig jaar volledig de mist in ging, maar ik ga het dit jaar weer met frisse moed proberen.
Als het zover komt, valt het later deze maand hier te lezen. In de tussentijd maakte ik dit noedelgerecht. Het was perfect: snel klaar, makkelijk en smakelijk - en bovendien ook lekker om koud te eten tijdens de extra koopavonden!
Het recept is gebaseerd op "Noodles met zwarte bonen en gehakt" uit "101 Gouden recepten / Pasta & noodles" (verkrijgbaar in de winkel).
500 gr rundergehakt
2 teentjes knoflook, fijngehakt
2 cm verse gember, geraspt of heel fijngehakt
1 grote rode Spaanse peper, zaadlijsten verwijderd en fijngehakt
1 eetlepel plantaardige olie
200 ml zwarte-bonensaus
100 ml water
175 gr sobanoedels
3 lente-uitjes, in dunne reepjes of ringetjes
Bereid de noedels volgens de aanwijzingen op de verpakking, laat ze uitlekken en zet ze weg tot gebruik.
Doe de olie in een grote pan en fruit hierin de knoflook, de gember en de rode peper circa 2 minuten. Voeg het rundergehakt toe en bak dit in circa 5 minuten bruin en rul. Voeg de zwarte-bonensaus en het water toe en laat dit nogmaals 5 minuten pruttelen. Als het mengsel te dun is (dat was bij mij het geval) kun je een theelepel maizena oplossen in een scheutje water, dit toevoegen aan het gehaktmengsel en heel even laten meekoken.
Schep de noedels en de lente-uitjes door het gehaktmengsel en serveer direct.
Als het zover komt, valt het later deze maand hier te lezen. In de tussentijd maakte ik dit noedelgerecht. Het was perfect: snel klaar, makkelijk en smakelijk - en bovendien ook lekker om koud te eten tijdens de extra koopavonden!
Het recept is gebaseerd op "Noodles met zwarte bonen en gehakt" uit "101 Gouden recepten / Pasta & noodles" (verkrijgbaar in de winkel).
500 gr rundergehakt
2 teentjes knoflook, fijngehakt
2 cm verse gember, geraspt of heel fijngehakt
1 grote rode Spaanse peper, zaadlijsten verwijderd en fijngehakt
1 eetlepel plantaardige olie
200 ml zwarte-bonensaus
100 ml water
175 gr sobanoedels
3 lente-uitjes, in dunne reepjes of ringetjes
Bereid de noedels volgens de aanwijzingen op de verpakking, laat ze uitlekken en zet ze weg tot gebruik.
Doe de olie in een grote pan en fruit hierin de knoflook, de gember en de rode peper circa 2 minuten. Voeg het rundergehakt toe en bak dit in circa 5 minuten bruin en rul. Voeg de zwarte-bonensaus en het water toe en laat dit nogmaals 5 minuten pruttelen. Als het mengsel te dun is (dat was bij mij het geval) kun je een theelepel maizena oplossen in een scheutje water, dit toevoegen aan het gehaktmengsel en heel even laten meekoken.
Schep de noedels en de lente-uitjes door het gehaktmengsel en serveer direct.
Labels:
gember,
knoflook,
noedels,
rundvlees,
sobanoedels
dinsdag 21 december 2010
Bloemkool voor bloemkool-haters
Ik haat bloemkool. Zo. Het broccoli-broertje vind ik ok, maar bloemkool is naar mijn mening een laffe, kleffe hap. Geen kaassausje dat daar verandering in weet te brengen.
Bloemkool komt mijn keuken dus niet in. Nooit.
En toch... Laatst las ik op de site van NRC Next een stukje over het roosteren van bloemkool in de oven. Dat zou de bloemkool lekker knapperig maken en bovendien een volledig andere smaak geven. Dat klonk veelbelovend.
Bovendien hoorde ik via mijn maman dat nichtje M. doodleuk satésaus over de bloemkool giet. Aangezien satésaus zo'n beetje alles lekker weet te maken, leek dit ook een goed plan.
Afijn, ik heb dus voor het eerst in vele jaren een bloemkool gekocht. De ene helft is geroosterd in de oven, de andere helft gewoon gekookt en daarna verdronken in satésaus. Het oordeel: roosteren (en dan echt donkergekleurd roosteren) maakt de bloemkool inderdaad lekker knapperig en de laffe smaak verdwijnt naar de achtergrond. Mits voorzien van voldoende zout en peper wordt het eigenlijk best eetbaar.
De satésaus-methode werkt ook goed, zolang de satésaus maar in ruime en overheersende mate aanwezig is...
Ben ik nu een bloemkoolfan? Absoluut niet, maar beide methoden zullen best nog wel eens herhaald worden en daarmee heeft het broccoli-broertje zich toch maar mooi mijn keuken binnen weten te werken...!
Geroosterde bloemkool
Snijd de bloemkool in plakken van circa 1 cm dikte. Leg de plakken in één laag op een ovenplaat die met bakpapier bedekt is. Bestrijk de bloemkool met olijfolie en strooi er rijkelijk zout en peper over. Verwarm de oven voor op 210 graden Celcius en zet de bloemkool er zo'n 50 minuten in. Keer de plakken halverwege een keer om (en bestrijk dan opnieuw met de olijfolie). Het is de bedoeling dat de bloemkool echt donker geroosterd wordt; haal de plaat dus niet te vroeg uit de oven.
Bloemkool met satésaus
Snijd kleine roosjes uit de bloemkoolstronk en kook deze zo'n 6 minuten in gezouten water. Bereid in de tussentijd de satésaus - als je heel braaf bent (zoals mijn maman) maak je deze natuurlijk zelf (maar die van mij kwam gewoon uit een plastic bakje)! Serveer de bloemkool met de satésaus. Dank aan M. voor de tip!
Bloemkool komt mijn keuken dus niet in. Nooit.
En toch... Laatst las ik op de site van NRC Next een stukje over het roosteren van bloemkool in de oven. Dat zou de bloemkool lekker knapperig maken en bovendien een volledig andere smaak geven. Dat klonk veelbelovend.
Bovendien hoorde ik via mijn maman dat nichtje M. doodleuk satésaus over de bloemkool giet. Aangezien satésaus zo'n beetje alles lekker weet te maken, leek dit ook een goed plan.
Afijn, ik heb dus voor het eerst in vele jaren een bloemkool gekocht. De ene helft is geroosterd in de oven, de andere helft gewoon gekookt en daarna verdronken in satésaus. Het oordeel: roosteren (en dan echt donkergekleurd roosteren) maakt de bloemkool inderdaad lekker knapperig en de laffe smaak verdwijnt naar de achtergrond. Mits voorzien van voldoende zout en peper wordt het eigenlijk best eetbaar.
De satésaus-methode werkt ook goed, zolang de satésaus maar in ruime en overheersende mate aanwezig is...
Ben ik nu een bloemkoolfan? Absoluut niet, maar beide methoden zullen best nog wel eens herhaald worden en daarmee heeft het broccoli-broertje zich toch maar mooi mijn keuken binnen weten te werken...!
Geroosterde bloemkool
Snijd de bloemkool in plakken van circa 1 cm dikte. Leg de plakken in één laag op een ovenplaat die met bakpapier bedekt is. Bestrijk de bloemkool met olijfolie en strooi er rijkelijk zout en peper over. Verwarm de oven voor op 210 graden Celcius en zet de bloemkool er zo'n 50 minuten in. Keer de plakken halverwege een keer om (en bestrijk dan opnieuw met de olijfolie). Het is de bedoeling dat de bloemkool echt donker geroosterd wordt; haal de plaat dus niet te vroeg uit de oven.
Bloemkool met satésaus
Snijd kleine roosjes uit de bloemkoolstronk en kook deze zo'n 6 minuten in gezouten water. Bereid in de tussentijd de satésaus - als je heel braaf bent (zoals mijn maman) maak je deze natuurlijk zelf (maar die van mij kwam gewoon uit een plastic bakje)! Serveer de bloemkool met de satésaus. Dank aan M. voor de tip!
vrijdag 17 december 2010
Bladerdeegterrine met paddenstoelen en rozemarijn
Na het succes van de terrine met kip, chorizo en witte port moest er een vervolg komen. Zo ben ik: dan heb ik de smaak te pakken en vervolgens draaf ik een beetje door. De eerste terrine was namelijk eenvoudig en snel te maken. Het vervolg werd door mij ernstig onderschat. Niet zozeer qua moeilijkheidsgraad (het is namelijk niet ingewikkeld), maar wel qua tijdsduur. In plaats van "even" in de keuken te staan, bleek het allemaal wat langer te duren. Geeft niets, al werd het hondje het slachtoffer: het rondje wandelen moest wachten tot de terrine uit de oven mocht - en daar moest de woefboef 75 minuten geduld voor oefenen...
Het werk en het wachten bleek de moeite meer dan waard! Daar had het hondje echter niets aan: Djeco kreeg gewoon z'n vertrouwde brokjes...
Het recept komt uit "BK / Patés en terrines" van Stéphane Reynaud.
Voor 6 personen:
7 plakjes roomboterbladerdeeg (diepvries), ontdooid
150 gr kipfilet
3 eieren
125 ml slagroom
5 sjalotten, gesnipperd
250 gr kastanjechampignons, in kleine stukjes gesneden
150 gr oesterzwammen, in kleine stukjes gesneden/gescheurd
1 rood Spaans pepertje, zaadjes verwijderd, fijngehakt
1 bosje peterselie, fijngehakt
2 takjes rozemarijn - 1 takje fijngehakt
1 eetlepel olijfolie
ev. 5 gr boter
ev. 5 gr bloem
1 eierdooier
zeezout en versgemalen zwarte peper
(Terrinevorm van 25 x 11 cm)
De terrinevorm kan op 2 manieren bekleed worden: door de vorm in te smeren met gesmolten boter en dan de bloem in de vorm te verdelen of door de vorm simpelweg te bekleden met aluminiumfolie.
Fruit de sjalotjes en de rode peper zachtjes in de olijfolie en voeg dan de paddenstoelen toe. Laat dit zo'n 10 minuten bakken (eventueel vocht moet helemaal verdampt zijn).
Snijd de kipfilet in grove stukken en maal hem vervolgens in de keukenmachine fijn. Voeg de eieren en de room eraan toe en roer daarna de fijngesneden peterselie en rozemarijn en het paddenstoelenmengsel erdoor. Breng op smaak met wat zout en peper.
Rol 4 plakjes bladerdeeg uit tot een lap die groot genoeg is om de bodem en de zijkanten van de terrinevorm te bekleden. Rol de resterende 3 plakjes uit tot een lap die als deksel gaat fungeren. Maak een kleine ronde opening in het deksel - uit deze "schoorsteen" kan de stoom ontsnappen.
Bekleed de vorm met het bladerdeeg en schep het paddenstoelenmengsel erop. Dek de terrine af met het bladerdeegdeksel. Bestrijk het deksel met het eigeel, bestrooi met wat zeezout en leg het resterende takje rozemarijn erop. Bak de terrine au bain-marie (in een waterbadje) in 1 uur en 15 minuten gaar in een oven die op 150 graden Celcius is voorverwarmd. Deze terrine kan lauwwarm of koud worden gegeten!
Het werk en het wachten bleek de moeite meer dan waard! Daar had het hondje echter niets aan: Djeco kreeg gewoon z'n vertrouwde brokjes...
Het recept komt uit "BK / Patés en terrines" van Stéphane Reynaud.
Voor 6 personen:
7 plakjes roomboterbladerdeeg (diepvries), ontdooid
150 gr kipfilet
3 eieren
125 ml slagroom
5 sjalotten, gesnipperd
250 gr kastanjechampignons, in kleine stukjes gesneden
150 gr oesterzwammen, in kleine stukjes gesneden/gescheurd
1 rood Spaans pepertje, zaadjes verwijderd, fijngehakt
1 bosje peterselie, fijngehakt
2 takjes rozemarijn - 1 takje fijngehakt
1 eetlepel olijfolie
ev. 5 gr boter
ev. 5 gr bloem
1 eierdooier
zeezout en versgemalen zwarte peper
(Terrinevorm van 25 x 11 cm)
De terrinevorm kan op 2 manieren bekleed worden: door de vorm in te smeren met gesmolten boter en dan de bloem in de vorm te verdelen of door de vorm simpelweg te bekleden met aluminiumfolie.
Fruit de sjalotjes en de rode peper zachtjes in de olijfolie en voeg dan de paddenstoelen toe. Laat dit zo'n 10 minuten bakken (eventueel vocht moet helemaal verdampt zijn).
Snijd de kipfilet in grove stukken en maal hem vervolgens in de keukenmachine fijn. Voeg de eieren en de room eraan toe en roer daarna de fijngesneden peterselie en rozemarijn en het paddenstoelenmengsel erdoor. Breng op smaak met wat zout en peper.
Rol 4 plakjes bladerdeeg uit tot een lap die groot genoeg is om de bodem en de zijkanten van de terrinevorm te bekleden. Rol de resterende 3 plakjes uit tot een lap die als deksel gaat fungeren. Maak een kleine ronde opening in het deksel - uit deze "schoorsteen" kan de stoom ontsnappen.
Bekleed de vorm met het bladerdeeg en schep het paddenstoelenmengsel erop. Dek de terrine af met het bladerdeegdeksel. Bestrijk het deksel met het eigeel, bestrooi met wat zeezout en leg het resterende takje rozemarijn erop. Bak de terrine au bain-marie (in een waterbadje) in 1 uur en 15 minuten gaar in een oven die op 150 graden Celcius is voorverwarmd. Deze terrine kan lauwwarm of koud worden gegeten!
Labels:
bladerdeeg,
ei,
kip,
paddenstoelen,
peterselie,
rozemarijn,
ui
dinsdag 14 december 2010
Gegratineerde trottole met kip en champignons
Het is me opgevallen dat het hier allemaal een beetje kippig is. Nou eet ik sowieso vrij veel kip, maar de laatste tijd schijn ik alleen maar kiprecepten te kunnen produceren. Snel klaar - daar zal het wel iets mee te maken hebben. Ook vandaag zijn de kipfilets onvermijdelijk, maar helaas is het recept toch niet zo heel snel klaar (en geloof me, dat heb ik proefondervindelijk kunnen constateren). Troost je met de gedachte dat het zeker de moeite waard is en dat je lekker op de bank kunt zitten met een glas wijn als die kip nog 40 minuten een kunstje moet doen in de oven.
Het recept komt uit "Basic Kitchen / Basic Pasta" van Jody Vassallo, maar ik heb het links en rechts flink aangepast. Mevrouw (of meneer?) Vassallo gebruikt bucatini voor dit gerecht (dat is hele dikke spaghetti), maar die heb ik vervangen door trottole (dikke spiraalpasta).
Voor 4 personen:
400 gr bucatini / trottole
1 eetlepel olijfolie
500 gr kipfilet, in stukjes
125 gr gerookt spek, in stukjes
400 gr champignons, in (halve) plakjes
250 ml droge witte wijn
200 ml creme fraiche
1 eetlepel fijngesneden (citroen)tijm
100 gr geraspte Parmezaanse of Goudse belegen kaas
zeezout en versgemalen zwarte peper
Verwarm de oven voor op 180 graden Celcius. Kook de trottole in ruim kokend water met zout volgens de aanwijzingen op de verpakking. Giet de pasta af en zet apart tot gebruik.
Verhit de olie in een grote koekenpan en bak hierin de kipblokjes tot ze gaar en lichtbruin zijn. Voeg dan het spek en de champignons toe en bak deze mee. Als de champignons bruin beginnen te kleuren, kan de witte wijn toegevoegd worden. Breng het geheel aan de kook en laat alles zachtjes bubbelen tot de wijn geheel verdampt is. Voeg dan de creme fraiche, de tijm en de helft van de kaas toe, evenals zout en peper naar smaak. Schep de pasta erdoor en doe alles over in een grote, ingevette ovenschaal. Bedek de ovenschotel met de rest van de kaas en zet de schaal zo'n 40 minuten in de oven tot de bovenkant er goudbruin en knapperig uitziet.
Het recept komt uit "Basic Kitchen / Basic Pasta" van Jody Vassallo, maar ik heb het links en rechts flink aangepast. Mevrouw (of meneer?) Vassallo gebruikt bucatini voor dit gerecht (dat is hele dikke spaghetti), maar die heb ik vervangen door trottole (dikke spiraalpasta).
Voor 4 personen:
400 gr bucatini / trottole
1 eetlepel olijfolie
500 gr kipfilet, in stukjes
125 gr gerookt spek, in stukjes
400 gr champignons, in (halve) plakjes
250 ml droge witte wijn
200 ml creme fraiche
1 eetlepel fijngesneden (citroen)tijm
100 gr geraspte Parmezaanse of Goudse belegen kaas
zeezout en versgemalen zwarte peper
Verwarm de oven voor op 180 graden Celcius. Kook de trottole in ruim kokend water met zout volgens de aanwijzingen op de verpakking. Giet de pasta af en zet apart tot gebruik.
Verhit de olie in een grote koekenpan en bak hierin de kipblokjes tot ze gaar en lichtbruin zijn. Voeg dan het spek en de champignons toe en bak deze mee. Als de champignons bruin beginnen te kleuren, kan de witte wijn toegevoegd worden. Breng het geheel aan de kook en laat alles zachtjes bubbelen tot de wijn geheel verdampt is. Voeg dan de creme fraiche, de tijm en de helft van de kaas toe, evenals zout en peper naar smaak. Schep de pasta erdoor en doe alles over in een grote, ingevette ovenschaal. Bedek de ovenschotel met de rest van de kaas en zet de schaal zo'n 40 minuten in de oven tot de bovenkant er goudbruin en knapperig uitziet.
Labels:
kip,
ovenschotel,
paddenstoelen,
pasta,
tijm
Abonneren op:
Posts (Atom)









