donderdag 31 maart 2011

Pasta met raapsteeltjes en ricotta

Hoewel de regen op dit moment gestaag naar beneden komt, schijnt het dit weekend ruim 20 graden Celcius te worden en is de lente echt begonnen! Dat is ook te merken aan het aanbod bij de groenteman: de eerste rabarber is gesignaleerd en sinds een paar weken heeft hij ook raapsteeltjes.
Raapsteeltjes schijnen onder de "vergeten groenten" te vallen, tegenwoordig ook bekend als "hervonden groenten". Dat zal best kloppen, maar - voor mij - zijn raapsteeltjes nooit vergeten, laat staan hervonden. Ze zijn er alleen maar heel kort. Des te meer reden om er snel van te gaan smullen!

Vorig jaar maakte ik de raapsteeltjes klaar op de traditionele wijze: in een stamppotje. Heerlijk, maar dit keer wilde ik een andere aanpak. Die vond ik in "Wilde venkel & rabarber" van C. Zeevat en A. Withagen (Uitgeverij Van Dishoeck).

Voor 2 á 3 personen:
150 gr pasta naar keuze (ik gebruikte tagliatelle)
1 teentje knoflook, fijngehakt
1 eetlepel olijfolie
1 flinke bos raapsteeltjes (ca. 400 gr), goed gewassen en in grove stukken gehakt
sap en rasp van ½ citroen
4 flinke eetlepels ricotta
1 klein handje geraspte Parmezaanse kaas
(zee)zout en versgemalen zwarte peper

Kook de pasta volgens de aanwijzingen op de verpakking in ruim kokend, gezouten water. Giet de pasta af, bewaar het kookvocht en houd de pasta warm tot gebruik.
Bak de knoflook kort in de olijfolie op laag vuur (de knoflook mag namelijk niet bruin worden) en voeg dan de raapsteeltjes eraan toe. Zet het vuur hoger, doe er een paar eetlepels van het pastakookvocht bij en laat de raapsteeltjes een paar minuten stoven (het geheel zal slinken). Voeg de citroenrasp en het citroensap toe, evenals de ricotta en breng op smaak met zout en peper. Doe de raapsteeltjes bij de pasta en roer goed door. Voeg eventueel nog wat kookvocht toe als het geheel te droog wordt (maar bij mij was dat niet nodig). Strooi de Parmezaanse kaas erover en serveer direct.

dinsdag 29 maart 2011

Key lime pie

Stop! Voordat iedereen nu direct begint te brullen dat dit geen Key Lime Pie is: dat weet ik. Er zitten geen Key Limes in deze Pie, maar doodgewone limoenen van de groenteman uit Arnhem. En toch noem ik het Key Lime Pie - want dat klinkt zo lekker en deze taart ís geweldig lekker!
Key Limes komen uit de Florida Keys en zijn niet groen, maar geel. Het sap van deze limoenen is ook zuurder dan de exemplaren die wij in Nederland kennen. Da's dan ook meteen het probleem: probeer maar eens Key Limes te vinden in Nederland.

Als we nu even alle irritante culinaire correctheid overboord gooien, blijft hier gewoon een fantastisch lekkere, en bovendien buitengewoon snel en simpel te bereiden, taart over. Werkelijk, als ik dit recept eerder had gehad (en ik heb het doodleuk overgenomen van de foodblog van "The Pioneer Woman cooks" - een echte aanrader!), had ik al veel eerder een Key Lime Pie gebakken. Dit is mijn zomertoetje voor 2011!!

18 digestive biscuits
65 gr suiker
80 gr gesmolten roomboter
1 grote eetlepel limoenrasp (= circa 2½ limoen)
120 ml limoensap (= circa 4 limoenen)
2 eidooiers
1 blikje (= 415 ml) gecondenseerde melk

Verwarm de oven voor op 175 graden Celcius.
Doe de biscuits in een keukenmachine en maal ze helemaal fijn. Doe de kruimels in een kom en voeg de suiker en de gesmolten boter eraan toe. Vermeng dit - het blijft kruimelig. Druk de kruimels in een taartvorm (hoeft niet ingevet te worden) en zet deze bodem 5 minuten in de oven. Laat de bodem even afkoelen (de bodem is relatief dik - dat hoort zo).
Gebruik de keukenmachine opnieuw om de eidooiers, limoenrasp en limoensap goed te vermengen. Voeg de inhoud van het blikje gecondenseerde melk toe en laat de machine draaien tot er een glad en dik mengsel is ontstaan (circa 1 minuut). Giet de limoenvulling op de bodem en bak de taart 15 minuten in de oven.
Laat de taart buiten de oven geheel afkoelen en zet hem dan minimaal 1 uur in de koelkast.
Serveer de Key Lime Pie eventueel met gezoete slagroom.

zaterdag 26 maart 2011

Salade met black-eyed peas, paprika en mosterddressing

Als ik bij een toko ben geweest, kom ik altijd naar buiten met een aantal flesjes, potjes en blikjes waar ik geen directe plannen heb. Soms heb ik geen idee wat ik eigenlijk precies heb gekocht, maar met een winkel vol kookboeken valt er altijd wel een passend recept te vinden. Ik ben gewoon altijd heel hebberig in een toko...
Soms neem ik ook wel wat minder exotische spullen mee, zoals een blik "black eyed peas" (ook bekend als "black eyed beans", of zwart-oogbonen). Echt bijzonder is het niet, maar in Nederland kom je ze niet veel tegen. In de Verenigde Staten en Midden-Amerika worden ze wel veel gebruikt en het volgende recept komt dan ook uit "The Martha Stewart cookbook" (Clarkson Potter Publishers).

Ik heb hier uiteraard Nederlandse maten vermeld, maar ik weet - uit de reacties van mensen in de winkel - dat veel mensen huiverig zijn voor recepten met Amerikaanse maten (cups, ounches etc). Daar is een heel eenvoudige oplossing voor: koop een setje Amerikaanse maatbekers (1 cup, ½ cup, ¼ cup etc). Bij mijn bijna-buren, kookwinkel "Het Kookeiland", zijn ze verkrijgbaar!

Bijgerecht voor 5 personen (ik maakte de helft):
2 blikken zwart-oogbonen (á 400 gr per blik), afgespoeld en uitgelekt
2 bosuitjes, in dunne ringetjes
1 rode paprika, in blokjes
½ groene paprika, in blokjes
4 eetlepels fijngehakte bieslook
1 teentje knoflook, fijngehakt
2 eetlepels rode wijn azijn
1½ eetlepel grove mosterd
5 eetlepels olijfolie
1 kleine rode peper, zaadjes verwijderd, fijngehakt
(zee)zout en versgemalen zwarte peper

Neem een grote kom en meng hierin de bonen, de rode paprika, de groene paprika, de bosui, de bieslook en de knoflook.
Roer of schud een dressing van de rode wijn azijn, de mosterd, het pepertje en de olijfolie. Meng de dressing door de groenten, breng op smaak met zout en peper en serveer direct.

donderdag 24 maart 2011

Indiase viscurry met paksoi

Als "randverschijnsel" van mijn deelname aan een beurs vorig jaar, ontving ik een tijdje het culinaire tijdschrift "Wining & Dining". Onlangs ontving ik mijn laatste exemplaar en daarin stond een eenvoudig en smakelijk recept voor een snelle viscurry. Er wordt kabeljauw gebruikt en dan is er natuurlijk de keuze tussen verse vis en diepvrieskabeljauw. Ik kocht de vis op een maandagochtend in de supermarkt en hoewel de houdbaarheidsdatum voor de verse kabeljauw nog (net) niet verstreken was, ging ik veiligheidshalve toch maar met de diepvriesversie naar huis.
De kabeljauw, basmatirijst en paksoi zijn allemaal vrij tamme smaken. Als je dan (zoals ik) ook een milde currypasta gebruikt, moet je wel even stevig met zout en peper de boel opschudden. Gebruik je een scherpere currypasta, dan zou ik veel voorzichtiger zijn. Altijd even proeven!

Het recept is afkomstig uit Wining & Dining, editie 1-2011.

Voor 4 personen:
300 gr basimatirijst
1 eetlepel olijfolie
1 (rode) ui, gesnipperd of in dunne halve ringen
1 paksoi, steel en blad in repen
2 eetlepels Indiase currypasta (ik gebruikte Patak's milde curry)
400 ml kokosmelk
400 gr kabeljauwfilet (vers of uit de diepvries), in stukken
1 limoen, in partjes
(zee)zout en versgemalen zwarte peper

Kook de rijst volgens de aanwijzingen op de verpakking en houd warm tot gebruik.
Doe een eetlepel olijfolie in een grote wok en fruit hierin de ui op een matighoog vuur. Voeg de in reepjes gesneden stukjes steel van de paksoi toe en bak deze zo'n 3 minuten mee. Doe de currypasta erbij en bak dit ook een minuutje mee.
Giet de kokosmelk bij de groenten en breng het geheel aan de kook. Doe de kabeljauw in de wok, leg het deksel erop en kook de vis in 10 minuten gaar. Voeg na 5 minuten het blad van de paksoi toe en kook dit de resterende 5 minuten mee. Breng alles op smaak met een behoorlijke snuf zout en versgemalen zwarte peper.
Serveer de viscurry met de basmatirijst en een partje limoen.

dinsdag 22 maart 2011

Stoofpotje met chorizo, garnalen en kikkererwten

Excuses voor de herhaling, maar: de combinatie van kikkererwten en chorizo is fantastisch! Ieder recept waarin deze ingredienten voorkomen, trekt direct mijn aandacht. Ook deze keer werd ik niet teleurgesteld - en dat had ik ook niet verwacht, want het recept komt van Gordon Ramsay. Meneer Ramsay is, ondanks z'n geschreeuw en merkwaardige imago, een heel goede chef (iets wat nogal eens ondergesneeuwd raakt in alle herrie). Bovendien schrijft hij goede kookboeken, met recepten die altijd kloppen. Dit komt uit "Ramsay's beste menu's" (Kosmos Uitgevers).
NB: In het originele recept wordt verse jonge spinazie gebruikt. Als je daar aan kunt komen: vergeet het kleine blikje Bonduelle-spinazie en voeg 70 gr verse blaadjes toe. Verder blijft het recept hetzelfde!

Voor 3 personen:
1 eetlepel olijfolie
1 sjalotje, gesnipperd of in dunne halve ringetjes
2 rode puntpaprika's, in kleine stukjes
100 gr chorizoworst, in blokjes
1 teentje knoflook, fijngehakt
1 eetlepel witte wijn-azijn (of: sherry-azijn)
2 eetlepels droge sherry
400 gr kikkererwten uit blik, uitgelekt (= 1 groot blik)
70 ml kippenbouillon
100 gr jumbogarnalen
200 gr gesneden spinazie uit blik (= 1 klein blikje)
handvol basilicumblaadjes, gescheurd
(zee)zout en versgemalen zwarte peper

Verhit de olie in een grote koekenpan en bak de sjalot, paprika en chorizo een paar minuten hierin. Voeg de knoflook toe en bak deze een paar minuten mee.
Voeg de azijn en de sherry toe en laat dit eventjes inkoken. Doe dan de kikkererwten erbij en bak ze eventjes mee, schenk de kippenbouillon erop en laat dit ongeveer 10 minuten zachtjes bubbelen op middelhoog vuur.
Neem een tweede (kleine) koekenpan en bak hierin de garnalen even kort aan en breng ze op smaak met zout en peper. Voeg de garnalen toe aan de kikkererwten en doe eveneens de spinazie erbij. Strooi uiteindelijk het basilicum erover en breng eventueel nog extra op smaak met zout en peper (wees zuinig met het zout: de chorizo brengt al de nodige smaak met zich mee!).

zondag 20 maart 2011

Noedelsalade met aubergine en mango

Ik maakte al eerder een salade uit "Plenty", het briljante vegetarische boek van Yotam Ottolenghi. Op dat moment was alleen de Engelse versie nog beschikbaar, maar inmiddels is er een Nederlandse vertaling op de markt. Met dank aan een aantal lovende recenties (heeft iedereen de lofzang in "De Gelderlander" gelezen?) is het een leuke verkoophit. Veel belangrijker is nog dat het een geweldig boek is, dat vol staat met lekkere en gezonde gerechten - altijd met groenten als uitgangspunt.
Dit is een heerlijke salade - het smaakte zelfs mij (herstellende van een vervelend buikgriepje en nog steeds met vrij weinig smaak) uitstekend!

Uit: "Plenty" van Yotam Ottolenghi (Fontaine Uitgevers)

Voor 6 personen (ik maakte de helft):
250 gr (soba)noedels
1¼ dl rijstazijn
40 gr fijne kristalsuiker
½ theelepel zout
2 tenen knoflook, fijngehakt
½ rode peper, zonder zaadjes, fijngehakt
1 theelepel geroosterde sesamolie
geraspte schil en sap van 1 limoen
1 eetlepel plantaardige olie
2 aubergines, in blokjes van 1 x 1 cm
1 grote rijpe mango, in blokjes van 1 x 1 cm
40 gr verse koriander, fijngehakt
40 gr verse basilicum, fijngehakt
½ rode ui, in flinterdunne ringen

Bereid de noedels volgens de aanwijzingen op de verpakking en spoel ze af met koud water. Laat de noedels goed uitlekken in een vergiet of zeef en dep ze daarna voorzichtig droog met een schone theedoek.
Dan de dressing: doe de azijn, de suiker en het zout in een steelpannetje en verhit dit 1 minuut. Roer goed door zodat de suiker oplost. Haal het pannetje van het vuur en roer er de knoflook, rode peper en sesamolie door. Laat de dressing afkoelen en voeg dan sap en rasp van de limoen toe.
Verhit de olie in een ruime koekenpan en bak daarin op hoog vuur de aubergineblokjes, tot ze een mooi goudbruin kleurtje hebben. Doe de blokjes in een zeef en bestrooi royaal met zout. Laat de aubergines goed uitlekken.
Neem een grote kom en vermeng hierin de noedels, de aubergineblokjes, de mangostukjes, de helft van de kruiden, de uiringen en de dressing. Zet de salade op dit punt 1-2 uur in de koelkast. Meng vlak voor het serveren de resterende kruiden erdoor.

vrijdag 18 maart 2011

Dessertrijst met vijfkruidenpoeder en ahornsiroop

De afgelopen week was ik niet helemaal fit en ik leefde dagenlang op gekookte rijst. Met een scheutje sojasaus erin, reuze frivool. Op momenten dat ik even niet beroerd was, had ik veel behoefte aan wat zoets. Verrassend? Mwah, niet echt...
Toen ik weer een beetje tot leven kwam, maar nog steeds niet van de dagelijkse portie rijst durfde af te stappen, maakte ik gewoon deze zoete rijst (gebaseerd op een gerecht in "BK / Rijst" van Laurence Laurendon (Uitgeverij Terra)). Ik heb m'n best gedaan er een enigszins culinair verantwoorde draai aan te geven, maar het is allemaal nogal simpel: vervang het kaneelpoeder door vijfkruidenpoeder en de (basterd)suiker door ahornsiroop. Vijfkruidenpoeder is een mengsel van kaneel, steranijs, peper, venkel en kruidnagel - te koop in iedere toko (het stamt uit de Chinese keuken), maar ook gewoon bij AH.
Het allermooiste was: het smaakte enorm lekker!

Voor 2 personen:
100 gr dessertrijst
500 ml volle of halfvolle melk
60 ml ahornsiroop
1 theelepel vijfkruidenpoeder

Allereerst een welgemeend advies van iemand die al een aantal keren met een schuursponsje aan de slag moest: kook de rijst altijd op een héél laag vuurtje en blijf continu roeren! Het duurt maar 12 minuten. Schrobben, gecombineerd met ergernis, is echt vervelender.

Doe de rijst en de melk in een steelpannetje en breng de melk aan de kook. Draai daarna het vuur laag en laat de rijst heel zachtjes koken (met de dessertrijst van Lassi duurt dit 12 minuten, als je gewone rijst gebruikt moet je op circa 20 minuten rekenen). Als de rijst nog nét vloeibaar is, kun je de ahornsiroop en het vijfkruidenpoeder toevoegen. Laat dit dan nog 1 minuutje meekoken en serveer de dessertrijst warm of lauwwarm.
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...